1 juli 2008

Gebruik consequent en continu persoonlijke adembeschermingsmiddelen. Dat is één van de aanbevelingen uit het VNSI lasrookonderzoek. De resultaten hiervan werden vorige maand gepresenteerd tijdens het seminar ‘Lasrook voldoet u aan de nieuwe grenswaarde?’ van Scheepsbouw Nederland in Putten.
Verschillende praktijkspecialisten informeerden de deelnemers aan dit praktijkseminar over bestaande en toekomstige wetgeving technische ontwikkelingen en de mogelijkheden om blootstelling aan lasrook te verminderen.
De VNSI (Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie onderdeel van Scheepsbouw Nederland) verrichtte een uitgebreid onderzoek naar de problematiek van lasrook in de maritieme industrie omdat de resultaten van eerdere onderzoeken daar alle aanleiding toe gaven. Bovendien zien individuele bedrijven allerlei vragen en eisen van de autoriteiten op zich afkomen en zit de branche zelf ook met vragen.
Het onderzoek strekte zich uit over meerdere ruimten/plaatsen waar wordt gelast diverse lasprocessen en ventilatiesystemen. Meetprincipes metingen en parameters om de metingen te interpreteren kwamen eveneens aan bod.
Een conclusie van het onderzoek is dat direct aan lasrook blootgestelden voldoende worden beschermd bij gebruik van een hoofdlaskap met gefilterde luchttoevoer (P2/P3) of een hoofdlaskap met slabbe in combinatie met halfmasker (snuitje) met P2-filter. Voor indirect blootgestelden zijn in loodsen/hallen geen bijzondere maatregelen nodig. In (semi-) besloten ruimten daarentegen is voor hen een halfmasker met P2 filter aan te bevelen.
De onderzoekers hebben zich ook bekommerd om achtergrondconcentraties en vastgesteld dat de meetresultaten royaal onder de grenswaarde bleven. Tevens is vastgesteld dat 50 tot 75 procent van de inhaleerbare stof ook respirabel is.
Ventilatie
Wat betreft de ventilatie luidt de conclusie dat in besloten ruimten bronafzuiging alleen effectief is op zeer korte afstand van de laswerkzaamheden. Inblaasventilatoren zijn op zich onvoldoende. Gedurende laswerkzaamheden in een tank is de concentratie van lasrook niet overal gelijk. Bovenin bevindt zich een hogere concentratie lasrook waardoor juist daar bronafzuiging moet worden gebruikt.
In werkplaatsen/hallen is vaak sprake van een combinatie van mechanische en natuurlijke ventilatie (deuren ven ventilatoren). Hier is ieder uur een volledige luchtverversing op z’n plaats. Bedrijven doen er goed aan de mechanische ventilatie regelmatig te controleren op juist functioneren.
Bij de uitwerking van een arbeidshygiënische strategie moeten bedrijven zich realiseren dat materiaal en lasprocessen een gegeven zijn. Bronafzuiging moet zoveel mogelijk toegepast worden maar bij MIG/MAG processen zijn er beperkingen. Technisch/organisatorische maatregelen die genomen kunnen worden zijn de toepassing van ruimteventilatie (in bijvoorbeeld een zijtank is dit echter maar beperkt toepasbaar) het scheiden van laswerk van andere werkzaamheden en het afwisselen van werkzaamheden.
En bovendien raden de onderzoekers dus een consequent en continu gebruik van persoonlijke adembeschermingsmiddelen aan. Dat lijk een open deur maar vanzelfsprekend is het gebruik van PABM’s in de praktijk allerminst. Veel lassers voelen niet echt de noodzaak tot het consequent dragen van persoonlijke adembeschermingsmiddelen. Enerzijds omdat zij vaak de indruk hebben dat de hoeveelheid vrijgekomen lasrook bij de lasprocessen wel mee valt omdat zij over het algemeen redelijk gebruik maken van de aanwezige puntafzuigingen. Anderzijds omdat zij het dragen van PABM’s als hinderlijk en negatief voor het werkplezier ervaren.
Een conclusie van het onderzoek is dat direct aan lasrook blootgestelden voldoende worden beschermd bij gebruik van een hoofdlaskap met gefilterde luchttoevoer (P2/P3) of een hoofdlaskap met slabbe in combinatie met halfmasker (snuitje) met P2-filter.
Ontvang van MetaalNieuws wekelijks nieuws, tips, artikelen en natuurlijk de beste columns uit de metaalindustrie.