30 oktober 2008
Minister Plasterk van Onderwijs heeft woensdag het officiële startschot gegeven voor het project ‘Meisjes en Techniek'. Dit moet ervoor zorgen dat veel meer meisjes een (bèta)technische vervolgopleiding kiezen.

Het project wordt uitgevoerd door het Platform Bèta Techniek in samenwerking met VHTO (landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek). Het platform krijgt de komende drie jaar in totaal 3 miljoen euro subsidie voor de uitvoering van twee plannen en legt hier zelf nog eens 1 miljoen euro bij.
Op het Hofstad Lyceum in Den Haag sprak Plasterk met meisjes uit zowel havo/vwo als vmbo/mbo die een bètatechnische richting hebben gekozen. Daarna gaf hij het officiële startschot. Hij gaf aan dat de extra investering ervoor moet zorgen dat over drie jaar alle scholen het technisch talent van meisjes stimuleren. Dat is belangrijk voor zowel de meiden als voor de maatschappij. Als Nederland een kenniseconomie wil blijven, dan is het bètatalent van meisjes hard nodig.
125 Havo-vwo-scholen (meer dan een kwart van alle havo en vwo-scholen in Nederland) krijgen de kans om de komende drie jaar activiteiten uit een aanbod van VHTO uit te voeren. Zo'n 105 vmbo-scholen en 40 mbo-scholen (ongeveer 1/3de van het totaal) zullen gebruik maken van aangeboden activiteiten en begeleiding. Naast activiteiten ter directe stimulering van meisjes, is er in de plannen veel aandacht voor begeleiding van scholen en het creëren van bewustzijn en een cultuuromslag bij scholen, docenten, decanen, ouders en het bedrijfsleven.
Uit Technomonitor 2008 blijkt dat de aandacht voor meisjes en bètavakken resultaat oplevert. Zo is er bij meisjes een stijging van 7 procentpunt op de havo (van 20% naar 27%) bij de keuze voor een N-profiel en een stijging van 5 procentpunt op het vwo (van 39% naar 44%) te zien in de jaren 2001 tot 2007. Deze stijging is hoger dan de stijging bij jongens. Het aandeel meisjes dat het N-profiel kiest ten opzichte van de jongens is gestegen van 36% naar 39% op de havo en 45% naar 47% op het vwo.
In het mbo is ook een stijging te zien in het aantal meisjes dat kiest voor een (bèta)technische of snijvlakopleiding. In 2003 was dit 5,5% en in het schooljaar 2007/2008 is dit gegroeid naar 8%. Een soortgelijke ontwikkeling zien we in het vmbo, met name in de gemengde leerweg. Het aandeel meisjes dat een technische opleiding kiest is daar verdubbeld (38 procent in 2007). Bovendien is het aantal meisjes met een technisch vmbo-diploma toegenomen met ruim 35% (tot 630 in 2007).
Ontvang van MetaalNieuws wekelijks nieuws, tips, artikelen en natuurlijk de beste columns uit de metaalindustrie.