20 juli 2009
Verbindingstechniek met zelftappende inserts is niet nieuw. Toch zijn ook hier nog steeds interessante ontwikkelingen gaande. Met het type Ensat 337/338 zelfsnijdende insert, voorzien van drie gesloten snijboringen wordt de oplossing geboden bij toepassingen waar spanen uit den boze zijn.

Hierbij valt te denken aan hightech industrie zoals de elektronica- en computerindustrie. De drie gesloten snijboringen van de Ensat 337/338 dienen als holtes voor het opvangen van spanen. Het grote voordeel hiervan is dat de spanen die bij het indraaien ontstaan, verzameld worden in de spanenkamers. Er kunnen dus geen spanen in de apparatuur terecht komen.
De zelfsnijdende inserts hebben een binnen- en buitenschroefdraad. Daardoor kan deze, na een gat te hebben voorgeboord, direct in het materiaal gedraaid worden. Het resultaat is een stevige, hoogbelastbare verbinding, die bovendien erg slijtvast is. Meerdere keren in- en uitdraaien van de bout is dus geen probleem. De Ensat 337/338 is verkrijgbaar in een korte (337) en langere (338) uitvoering van M4 tot M10. De insert is volgens leverancier Groneman in Hengelo uitermate geschikt voor moeilijk verspaanbare materialen zoals aluminium- en magnesiumlegeringen, duroplasten en volkernmaterialen als Trespa.
Ontvang van MetaalNieuws wekelijks nieuws, tips, artikelen en natuurlijk de beste columns uit de metaalindustrie.