22 februari 2010
Gebruiken verspaners altijd de meest optimale spantechnieken voor hun gereedschappen? Harry Kortwijk van Schunk zegt van niet. Hij komt veel tekortkomingen tegen in de dagelijkse verspaningspraktijk.

Kortwijk denkt wel te weten hoe dat komt. De tooling is in Nederland van oudsher het domein van handelaren, die allemaal hun eigen programma hebben. Ze bieden hun klanten bijvoorbeeld óf warmtekrimp, óf spantangen of Weldon opnames aan. Binnen elk van die verschillende technieken is weliswaar een grote variëteit beschikbaar, maar door de beperking tot één spantechniek is het allerminst zeker dat de klant ook werkelijk de meest geschikte oplossing voor zijn toepassing krijgt. "Tooling is geen snelle handel", zegt Kortwijk. "Je moet als leverancier goede technische ondersteuning geven en een passende oplossing bieden voor klanten met een spanprobleem. Heb je die zelf niet in huis, dan moet je naar een ander verwijzen."
Schunk heeft zelf een breed aanbod in spantechniek. De in Den Bosch gevestigde Nederlandse dochter van de Duitse fabrikant Schunk is leverancier van klauwplaten, klauwen, gereedschaphouders, nulpuntspansystemen met klemmen en industriële automatisering. Schunk biedt meerdere spantechnieken aan, maar is met het A-merk Tendo vooral de grootste aanbieder van hydraulische CNC-gereedschaphouders.
Waar op letten?
Wat zijn nu de voornaamste aspecten waarop een verspaner moet letten bij het kiezen van de optimale spantechniek? Kortwijk noemt er zes: de gewenste rondloopnauwkeurigheid van de gereedschaphouder; de gewenste demping; de maattolerantie voor het werkstuk; hoe zwaar ga je verspanen en met welke torsie; welke toerentallen maakt je machine en wat is het gewenste gebruikersgemak. De general manager van Schunk legt uit: "Wil je tot een honderdste millimeter nauwkeurig verspanen, dan vallen Weldon en spantangen al af. Frees je met dure frezen, dan wil je een hoge standtijd en is een hoge rondloopnauwkeurigheid gewenst. Zo gooi je eigenlijk al je wensen in een trechter. Daar komen dan misschien drie of vier goede oplossingen uit. Vervolgens bepalen de gebruiksvriendelijkheid en de prijs de uiteindelijke keus."
Kortwijk, die zowel aan eindverbruikers als wederverkopers levert, stelt vast dat het met de kennis van de eindgebruikers over spantechniek heel verschillend is gesteld. Er zijn bedrijven die hele studies doen naar de juiste spantechniek en zorgvuldig hun keus bepalen. Maar het gros van de verspaners besteedt er veel minder aandacht aan. Ze vertrouwen op hun vaste leverancier en denken traditioneel. Als ze al jaren iedere vier uur een frees vervangen en tevreden zijn over de resultaten die ze daarmee boeken, zijn ze daar moeilijk van af te brengen.
Maar daarmee doen ze zichzelf volgens Kortwijk tekort. Optimale tooling kan veel rendement opleveren in termen van efficiency en kostenbeheersing. "Een andere gereedschaphouder kan zo maar de standtijd van je gereedschap verdubbelen. Dat scheelt niet alleen in de kosten van je frezen, maar resulteert ook in minder stilstand van de machine. Een goede gereedschaphouder leidt tot een rustiger verloop in de spindel van de machine en tot minder trillingen. Dat is beter voor de machine en natuurlijk ook voor de kwaliteit (oppervlakteruwheid) van het te bewerken product. Je maakt dus een beter product. En doe je meer voor de klant dan hij verwacht, dan heb je een klant voor het leven."
Ontvang van MetaalNieuws wekelijks nieuws, tips, artikelen en natuurlijk de beste columns uit de metaalindustrie.