4 oktober 2010
Wordt er bij u in de dagelijkse plaatwerkpraktijk ‘onnodig' veel geslepen? Ga er dan maar van uit dat de kwaliteit van uw bedrijf flink te wensen over laat. Die stelling durft Frans Hutten, bedrijfsadviseur technologie bij STODT, best aan.


Op de foto:
Frans Hutten: "Kijk altijd of een product goedkoper uit lasergesneden of geponste plaatdelen kan worden gefabriceerd."
Hutten was een van de sprekers op September Metaaldagen, een gezamenlijk initiatief van SMD-Europe, Mazak, Wilson Tool en Trappen en Treden Dijkhof. Zij informeerden de deelnemers aan dit evenement over het bewerken van dikke plaat (diktes vanaf 3 mm).
Het is altijd weer interessant om Hutten te zien optreden voor plaatbewerkers. De praktijkvoorbeelden waarmee hij hen confronteert zijn heel herkenbaar. Regelmatig wordt er instemmend geknikt.
Hutten windt er geen doekjes om. Hij is een frequent bezoeker en opleider van plaatwerkbedrijven en durft vanuit die ervaring te zeggen waar het op staat. De bedrijfsadviseur van STODT constateert dat veel machinefabrieken en plaatwerkbedrijven onvoldoende efficiënt werken, wat zich onder andere manifesteert in onnodig veel slijpen.
Het gevolg is dat de bedrijven (veel) geld laten liggen. Hoe dat anders kan, vertelt Hutten in zijn lezing. Een paar kernpunten daaruit: "Heb als bedrijf een toekomstvisie, ken je markt en leg procedures en details met betrekking tot het ontwerpen en produceren vast, zodat er wordt gewerkt volgens standaard werkmethoden. Dit maakt enkelvoudige en reproduceerbare productie mogelijk. Bekijk en onderzoek hierbij welke processen je als bedrijf zelf wilt uitvoeren (bijvoorbeeld lasersnijden). Alle medewerkers moeten in dit systeem werken als een hecht team."
Dat klinkt wellicht nog wat algemeen, maar Hutten is ook concreet: "Kijk altijd of een product goedkoper uit lasergesneden of geponste plaatdelen kan worden gefabriceerd. Ik zie nu nog heel veel constructies, die een opeenstapeling zijn van profiel, strip en eenvoudige plaatdelen. Menig constructeur ontwerpt nog volgens de conventionele bewerkingstechnieken."
Hutten voert in zijn lezing voorbeelden aan van producten die na herontwerp 60 procent goedkoper worden geproduceerd. Eén van zijn stellingen is dan ook: De tekenkamer is de duurste (las)afdeling. Hij bedoelt daarmee dat producten machinegericht moeten worden getekend, zodanig dat het lassen wordt beperkt. "Wat je niet moet lassen moet je ook niet willen lassen; de beste las is geen las." En als lassen niet te voorkomen is, dan moet de lasser zoveel mogelijk worden geholpen. Te vaak functioneert hij als de probleemoplosser, die eerdere onvolkomenheden in het productieproces moet oplossen, moet meten, samenstellen en slijpen en daardoor gemiddeld slechts 15 procent van zijn tijd daadwerkelijk last. "Als de lasser door het ontwerp niet meer verantwoordelijk is voor de maatvoering van het samen te stellen product (door male/female, markeren met laser et cetera), heeft hij zijn rolmaat en krijtje niet meer nodig", is Huttens overtuiging. "Noodzaak is dat de gebogen constructie- en plaatdelen voorspelbaar en reproduceerbaar worden vervaardigd. Dat opent ook de weg naar het gerobotiseerd lassen van kleine series en regelmatig terugkerende enkelstuks met veel laswerk."
Hutten weet dat de mensen op de werkvloer vaak sceptisch zijn over het overstappen op een nieuwe werkwijze. Maar ondernemers moeten daar volgens hem niet bang voor zijn. "Neem ze mee, praat erover en doe het samen. Het resultaat zal zijn dat hun trots op het bedrijf toeneemt. Want de kwaliteit van het bedrijf gaat omhoog, waardoor ingewikkelder werk wordt binnengehaald dat veel interessanter is voor de medewerkers, die aanvankelijk wellicht hun bedenkingen hebben."
Huttens verhaal vindt veel weerklank. De eerste dag van de September Metaaldagen leverde hem al drie uitnodigingen op om gauw eens langs te komen. Hutten: "Veel machinebouwers en plaatbewerkingsbedrijven staan op een tweesprong. Door de crisis maken ze moeilijke tijden door en hebben ze afscheid moeten nemen van medewerkers. Nu staan ze voor de vraag hoe verder te gaan: doorgaan op de oude voet of de zaak nu eens echt goed aanpakken. Het is goed dat ze daarover nadenken. In die zin heeft de crisis ook een positief effect."
Roer omgegooid
Een plaatwerkbedrijf dat die vraag een aantal jaren geleden al heeft beantwoord, is Trappen en Treden Dijkhof in Borne, de gastheer voor de September Metaaldagen. Vier jaar geleden heeft het bedrijf een doorstart gemaakt, toen de familie Kolk het overnam. Evert Kolk trof veel vakkennis aan, maar ook een verouderd machinepark. Er stonden meer dan twintig excenterpersen, waarop elke bewerking apart plaatsvond. Was er één machine stuk, dan stond de rest van de lijn ook stil.
Kolk besloot het roer helemaal om te gooien door een forse investering in het machinepark, gericht op drie basishandelingen: contouren, kanten en dieptrekken. De nieuwe machines werden gekocht op basis van de volgende uitgangspunten: flexibel inzetbaar voor kleine series, geen 100 procent automatische productie, geen voorraadproductie en een juiste balans tussen betrouwbaarheid en snelheid. Voor de contouren werd zowel gekeken naar een waterstraalsnijmachine, een plasmasnijmachine als een ponsnibbelmachine. De keuze viel uiteindelijk op een lasersnijmachine van Mazak, omdat die het allerstrakste snijresultaat gaf. Voor het dieptrekken werden een robot, een portaalponsmachine en een combi laserponsmachine overwogen. Hier viel de keuze op een ponsnibbelmachine van SMD-Europe. "Een standaardmachine", aldus Kolk. "De kunst is om daar iets speciaals op te doen." Ook voor het kanten viel de keuze op een machine van SMD-Europe. De gereedschappenleverancier werd Wilson Tool. "Op het gebied van de gereedschappen wilden we een leverancier waarmee je een discussie aan kunt gaan om tot de oplossing te komen die goed voor je is", verklaart Kolk die keuze.
Compacte productie
Het gevolg van alle investeringen is dat Trappen en Treden Dijkhof beschikt over een compacte productie. Er werken minder mensen dan voorheen, die kwalitatief betere producten leveren. De leverbetrouwbaarheid is flink omhoog gegaan en de mogelijkheden om treden en trappen in alle soorten en maten te produceren zijn vergroot. Voor het personeel is het werk interessanter geworden. Bovendien is de uitstraling van het bedrijf richting toekomstige (jonge) medewerkers beter geworden. Zij zien bij Dijkhof moderne machines staan. En dat kan een belangrijk argument zijn in de strijd om jonge vakmensen, die de komende jaren alleen maar feller lijkt te worden.
| De FDP BrancheBarometer Plaatbewerking peilt iedere maand de economische stand van zaken in de plaatwerksector. Een cijfer boven de 50 betekent groei, een cijfer onder de 50 duidt op krimp. Hieronder het cijfer over de afgelopen maand. | ![]() |
|||
| apr | mrt | |||
| Plaatbewerking | 56.6 | 55.7 | ||
Ontvang van MetaalNieuws wekelijks nieuws, tips, artikelen en natuurlijk de beste columns uit de metaalindustrie.