Defensie is met uitgestoken hand op zoek naar effecten
Door alle geopolitieke ontwikkelingen gaan er nu en in de komende jaren vele miljarden euro’s naar Defensie. Nederlandse maakbedrijven kunnen daarvan profiteren. Maar hoe doe je dat? Hoe kom je in contact met Defensie, wat hebben ze daar nodig en waar moet je aan voldoen om rechtstreeks of als onderdeel van een toeleverketen aan de krijgsmacht te mogen leveren? Al deze aspecten kwamen aan bod tijdens de speciale Defensie-ochtend op TechniShow. Mart de Kruif, voormalig Commandant Landstrijdkrachten, gaf hier een presentatie en aansluitend was er een paneldiscussie. Duidelijk werd dat Defensie haast heeft, op zoek is naar effecten, er grote kansen liggen in het nieuwe domein van onbemande voertuigen en dat de logistiek de grootste groeimarkt wordt. En bovenal: dat Defensie met uitgestoken hand op zoek is naar samenwerking met de maakindustrie.
Logistiek gaat volgens Generaal b.d. Mart de Kruif de grootste groeimarkt binnen defensie worden. (Foto: Ministerie van Defensie)
Volgens De Kruif heeft de maakindustrie in Nederland een heel andere dimensie gekregen dankzij president Trump. “We wisten al dat Rusland en China militaire kracht zien als middel om hun doelen te bereiken. Nu doet de Verenigde Staten precies hetzelfde. Dat heeft enorme consequenties voor ons. We moeten naar strategische autonomie. Want we kunnen de militaire middelen die we nodig hebben niet meer uit de Verenigde Staten halen. Die moeten we zelf gaan ontwikkelen en produceren. Dit is het fundament voor de maakindustrie in Europa en Nederland: we moeten totaal anders gaan denken.”
Veel Tier 2 en 3 suppliers
Hierbij moet volgens Donald Trouerbach van de NIVD (Stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid) bedacht worden dat Nederland maar weinig OEM’ers telt die een eindproduct maken. “We hebben wel veel Tier 2 en Tier 3 suppliers. Die zullen nooit rechtstreeks aan Defensie leveren maar altijd via Tier 1 suppliers of de OEM’ers. Dat betekent dat je afhankelijk bent van de supplychain van bestaande partijen en het is lastig voor individuele bedrijven om daar in te komen. Daarvoor heb de hulp nodig. Niet alleen van Defensie en Economische Zaken, maar bijvoorbeeld ook van de NIDV. Dat zijn lange termijn trajecten, maar als je samen optrekt, valt daar best veel uit te halen. Zie bijvoorbeeld de aanschaf van de F35 straaljagers, waar de Nederlandse toeleveranciers veel werk aan hebben overgehouden. Hetzelfde zie je bij de nieuwe onderzeeboten. Je moet daar vanaf het begin bij zijn. Want op het moment dat je iets koopt dat er al is, bijvoorbeeld een tank, dan wordt het al lastiger. Dan is de toeleverketen al ingericht.”
Onbemande voertuigen
Toch is er ook ruimte voor rechtstreeks leveren aan Defensie. Het ledenaantal van de NIVD is in 2 jaar tijd gegroeid van 180 naar meer dan 400. De organisatie ziet veel nieuwe partijen toetreden, bijvoorbeeld uit de hightech of de maakindustrie, die in het verleden nooit interesse toonden in Defensie. Nu zien ze kansen. Trouerbach: “Partijen die aan Defensie willen gaan leveren moeten goed snappen welk probleem van Defensie ze oplossen als ze met een product komen. Voor nieuwe partijen liggen de grootste kansen in de nieuwe domeinen. Dus bijvoorbeeld in onbemand vliegen, varen en/of rijden. Dat domein gaat echt gigantisch groeien.”
Defensie vraagt effecten
Volgens De Kruif zal Defensie gaan vragen om effecten. “Een concrete vraag kan bijvoorbeeld zijn: kun jij voor mij de komende 20 jaar het luchtruim boven mijn eenheden tot een hoogte van 3 kilometer vrijhouden van significante invloeden van vijandelijke vliegtuigen, helikopters en drones. Of: kun je mij inzicht geven in 80 kilometer diepte van de vijand met onbemande systemen. Als je naar Defensie gaat, zeg dan dat je een effect kunt leveren. Dat is belangrijk. En misschien werkt het niet, maar daar leer je van. Je moet risico nemen. Want 9 van de 10 dingen zullen niet lukken, maar dat is innovatie. Een van de redenen dat Oekraïne als land nog bestaat is omdat ze innovatiever zijn dan de Russen. Maar ook bij de Oekraïners gaan 8 van de 10 innovaties fout. De 2 die wel lukken geven hen echter steeds een voorsprong.”
Civiele innovaties groen spuiten
Majoor Rick Zagers van ODIN (Orchestrating Defence Innovation) bevestigt dat Defensie effecten zoekt. “We zijn volop op zoek naar civiele innovaties, die we naar binnen kunnen trekken, groen spuiten en gaan gebruiken. We zijn echt aan het opschalen qua innovatie. Want de ontwikkelingen gaan razendsnel en de praktijk leert dat de partij die zich het snelst aanpast op het gevechtsveld in het voordeel is. Daarvoor hebben we innovatie nodig. En daarvoor vragen de hulp van de Nederlandse industrie, waar ontzettend veel innovatief vermogen zit. Denk met ons mee.”

Majoor Rick Zagers van ODIN (Orchestrating Defence Innovation) aan het woord tijdens de paneldiscussie. Rechts Donald Trouerbach van de NIVD (Stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid).
Met uitgestoken hand
Dat hulp vragen doet Defensie met uitgestoken hand. Er zijn tal van initiatieven om Defensie en industrie met elkaar in contact te brengen en te matchen. ODIN heeft op zes locaties (in Delft, Eindhoven, Geleen, Enschede Amsterdam en Groningen) zogeheten MINDbases (Military Innovation by Doing). Deze centra fungeren als fysieke ontmoetingsplekken waar wordt samengewerkt met innovatieve bedrijven, startups en kennisinstellingen om sneller nieuwe technologieën en oplossingen te ontwikkelen voor de krijgsmacht. “Bedrijven die denken: ik heb misschien iets, kunnen hier een kop koffie drinken met mensen die met hen gaan meedenken. Ze kunnen bedrijven koppelen aan andere partijen. Als er een match is, hebben die personen ook een organisatie achter zich staan die geld kan geven voor een pilot.”
Defensie kruipt ook dicht tegen TNO en de technische universiteiten aan. Zo huurt Defensie sinds kort op de TU Delft een groot pand. Daar komen ruimtes voor startups, die onder de vleugels van de krijgsmacht hun gang mogen gaan. “Dit gaat navolging krijgen op andere plekken”, zegt Zagers. “We gaan een groter ecosysteem creëren.” Ook over het vervolg van de ontwikkelingen door startups wordt nagedacht. Als een startup een geweldige drone ontwikkelt en Defensie wil er daarvan 400 per week geleverd krijgen, dan wordt hulp geboden om op te schalen.

Generaal b.d. Mart de Kruif op Mainstage van TechniShow: “We wisten al dat Rusland en China militaire kracht zien als middel om hun doelen te bereiken. Nu doet de VS hetzelfde. Dat heeft enorme consequenties voor ons. We moeten naar strategische autonomie.”
‘Kom maar met uw ideeën’
Er lopen ook diverse Challenges. Deze zet ODIN via de regionale ontwikkelingsmaatschappijen heel gericht uit bij bedrijven. Hier is veel geld voor beschikbaar. Voor een challenge die bescherming moet opleveren tegen vijandelijke raketten en drones ligt bijvoorbeeld dertig miljoen euro klaar. Zagers: “Vroeger kocht Defensie een bepaald product, nu willen we bepaald effect creëren. We zeggen tegen bedrijven: kom maar met uw ideeën. Word u uitgekozen? Dan komt er ook geld voor ontwikkeling, productie en testen in een pilotprogramma. Word dat een succes? Dan kunnen we direct overgaan tot aanschaf, want daarvoor hebben we aan de voorkant van het proces al een machtiging gekregen.” Trouerbach plaatst hierbij wel een kanttekening: “Wanneer je als bedrijf mee wilt doen aan zo’n challenge, dan moet je eigenlijk al wat klaar hebben liggen. Anders ben je te laat.”
De Kruif heeft meerdere adviezen voor bedrijven die hun blik op Defensie willen richten: “Kijk hoe je bij de krijgsmacht bij de ‘lessons learned’-mensen kunt komen. De krijgsmacht zit heel diep in Oekraïne, onze mensen zien precies wat daar allemaal gebeurt. Kijk of je daarop kunt intappen. Bij voorkeur als eerste, want alles gaat razendsnel.” Trouerbach voegt daar aan toe dat er ook industriële bedrijven actief zijn in Oekraïne: “Heb je interesse om voor Defensie te produceren, zoek dan die partijen met ervaring op. Daar haal je veel informatie vandaan.”
‘De industrie kan het’
De Kruif heeft nog een advies. Om in militaire termen te blijven: Choose your battle. “Steek in op wat jouw onderneming uniek maakt, want dat maakt het verschil. En de Nederlandse industrie kan het. In Afghanistan had Nederland het beste en het snelste Counter IED voor het bestrijden en onschadelijk maken van Improvised Explosive Devices, oftewel zelfgemaakte bommen, zoals bermbommen van bijna alle landen. Dat komt omdat we een enorm innovatieve industrie hebben. Daardoor konden we binnen een week de nieuwste middelen implementeren op het slagveld, zoals beschermplaten tegen explosies en detectoren. De innovatiekracht van de industrie heeft honderden levens gespaard in Afghanistan.”
Logistiek grootste groeimarkt
De generaal b.d. snapt de focus van maakbedrijven op technologische ontwikkeling heel goed. Maar hij zegt ook: “Vergeet één ding niet: Het gros van wat Defensie koopt zijn nog steeds civiele dingen die je groen spuit. De genie heeft kranen nodig, vrachtwagens en containers. De medische dienst operatiekamers. Heel veel is niet specifiek militair. De logistiek gaat alleen maar belangrijker worden. Logistiek gaat de grootste groeimarkt binnen Defensie worden. Het betekent voor jullie als bedrijven dat je goed moet nadenken over je eigen logistiek. Is een single source supplier nog houdbaar in de toekomst? Is just in time leveren nog houdbaar? Als je een betrouwbare leverancier van Defensie wilt worden, moet je nadenken over je logistiek, want die moet gegarandeerd zijn. Je moet kunnen blijven leveren.”
Alles moet snel
En alles moet snel; dat geldt zowel voor het ontwikkelen en produceren van producten als het leveren. Defensie stelt om die reden tegenwoordig andere eisen. Zagers: “Vroeger gingen we bij Defensie altijd voor een 9. Minimaal. Nu gaan we liever voor een 6, als het er maar snel is en als het maar goed genoeg is.” Dat betekent bijvoorbeeld dat de engineeringtijd korter wordt. Trouerbach illustreert dat met een sprekend voorbeeld: “Je hoeft niet de allerbeste spullen te hebben. Een drone of een raket hoeft maar 2 of 3 uur mee te gaan. Dus hoef je daar geen straalmotor voor te maken die 10.000 uur mee kan. Een motor die een uur mee gaat is voldoende.”
Appen vanaf het slagveld
Omdat snelheid essentieel is, is Defensie er ook heel erg mee bezig dat mensen elkaar kennen. Dat ze elkaar rechtstreeks kunnen benaderen, zonder dat er een laag tussen de producent en de uiteindelijke gebruiker zit. Zagers: “Op het moment dat de man of vrouw in het veld wat nodig heeft, moet hij weten wie hij kan appen om zijn spullen heel snel te krijgen. Het is heel lastig om dat in te richten, maar we werken er wel aan, op basis van vertrouwen tussen Defensie en de industrie.”