Grootste inflatiedruk in ruim drie jaar in Nederlandse industrie
De Nederlandse productiesector deed het in maart goed met de eerste toename van het aantal nieuwe orders dit kwartaal, onder meer door de stijging van de buitenlandse verkoop. De Nevi PMI voor de productiesector steeg van 50.8 in februari naar 52.0 in maart – het hoogste cijfer in zes maanden.
Hoewel de resultaten over het algemeen positief waren, was er ook sprake van instabiliteit in de toeleveringsketens als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. De productieomvang nam in grotere mate toe, ondanks de hoogste kostendruk in meer dan drie jaar. De verkoopprijsinflatie steeg eveneens naar het hoogste niveau in meer dan drie jaar. Het ondernemersvertrouwen kwam uit onder het langetermijngemiddelde, waarbij de bedrijven melding maakten van het eerste banenverlies in vier maanden.
Meer orders
Nadat er sinds het begin van dit jaar iedere maand sprake was van een daling van het aantal nieuwe orders, nam in maart de vraag naar in Nederland geproduceerde goederen weer toe. Deze verbetering werd door de bedrijven deels toegeschreven aan de onzekerheid in de toeleveringsketen door de oorlog in het Midden-Oosten. De stijging van het totale aantal nieuwe orders was echter beperkt en kwam overeen met een vergelijkbare lichte stijging van de buitenlandse verkoop.
Verhoging productie
Het grotere aantal nieuwe orders zorgde er in maart voor dat de Nederlandse fabrikanten hun productie opnieuw verhoogden en wel in de grootste mate sinds november vorig jaar. Er was in alle drie onderzochte subsectoren sprake van een productiestijging, met de subsector investeringsgoederen aan kop.
Aanleg buffervoorraden
De grotere orderinstroom en in sommige gevallen de aanleg van buffervoorraden vanwege de verstoringen van de toeleveringsketen in het Midden-Oosten, leidden in maart tot de eerste toename van de inkoopactiviteiten sinds oktober vorig jaar. De materiaalvoorraad veranderde echter nauwelijks, met een lichte daling vergeleken met februari.
Langere levertijden
De producenten maakten melding van langere levertijden in maart, met name vanuit Azië. Deze verslechtering van de prestatie van leveranciers was aanzienlijk en de grootste in meer dan drieënhalf jaar. De verstoring van de toeleveringsketens was een belangrijke reden voor de grotere kostendruk waarmee de Nederlandse fabrikanten in maart te maken hadden. De inkoopprijsinflatie was aanzienlijk en steeg naar het hoogste niveau in 41 maanden. De panelleden maakten melding van hogere prijzen voor metalen, kunststoffen, brandstof, energie en salarissen.
Verkoopprijsinflatie
De grotere kostendruk leidde er in maart toe dat de bedrijven hun verkoopprijzen verhoogden om de marges te beschermen. De verkoopprijsinflatie was het hoogst in meer dan drie jaar. Ondanks de grotere orderinstroom kozen de bedrijven ervoor om vertrekkende personeelsleden niet te vervangen en tijdelijke contracten niet te verlengen, wat leidde tot een bescheiden daling van de werkgelegenheid. Als gevolg hiervan was de daling van de achterstanden kleiner dan in februari.
Ondernemersvertrouwen daalt
Ook waren de Nederlandse producenten in maart minder optimistisch over de vooruitzichten voor de productieomvang over de komende twaalf maanden. Het ondernemersvertrouwen zakte onder het historisch gemiddelde. De vooruitzichten voor de orderaantallen bleven positief, maar de stemming werd gedrukt door de bezorgdheid over het geopolitieke klimaat.
Vooruitzichten industrie onzeker
Volgens Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie bij ABN Amro, blijven de vooruitzichten van de industrie onzeker, ondanks de groei van de productie en de stijging van de Nevi Inkoopmanagersindex. “Veel zal afhangen van de duur van de ontregeling van de olie- en gasmarkt. Zelfs bij een snelle wapenstilstand is het niet zeker of de productie van olie en gas op korte termijn weer normaal functioneert, door beschadigingen aan energie-infrastructuur zoals olieterminals, LNG-terminals en pijpleidingen. Vooralsnog verwacht ABN Amro dat de ernstige verstoringen van de energievoorziening aanhouden tot eind mei. In dat geval kunnen de gevolgen voor de economische groei beperkt blijven. In een negatief scenario wordt de economie harder geraakt met grotere gevolgen voor investeringen, wat de voor Nederland belangrijke machine-industrie zou kunnen belemmeren.”