‘Toeleverancier moet proactief inspelen op circulariteit’

0

Duurzaamheid is een thema dat de komende tientallen jaren hoog op de agenda zal (blijven) staan. Ook toeleveranciers krijgen hiermee te maken en ze doen er daarom goed aan hier proactief op in te spelen.

Dat was een van de boodschappen van het jaarcongres Circulaire Maakindustrie, dat in december online werd gehouden. Soms leek het er tijdens het congres even op dat circulair ondernemen vooral een ding is van OEM’s met eigen producten, maar ook hun toeleveranciers krijgen te maken met circulaire businessmodellen.

Want wat gebeurt er bijvoorbeeld in de keten als een uitbesteder besluit om van zijn product een dienst te gaan maken? Of als materialenpaspoorten, die het voor inkopers van eindgebruikers makkelijker maken om te kiezen voor producten met de minste milieubelasting, gemeengoed worden? Vast staat dat dit gevolgen gaat hebben voor toeleveranciers.

Langdurige processen

Er komen in de maakindustrie momenteel diverse ontwikkelingen bij elkaar: digitalisering, duurzaamheid en de trend dat het gebruik van goederen belangrijker wordt dan het eigendom ervan. Dat zijn allemaal ingrediënten voor het ontstaan van circulaire businessmodellen, zoals product as a service (of servitization): een lampenproducent verkoopt niet het product lamp, maar levert de dienst licht, een verwarmingsketel-producent verkoopt geen ketel maar levert warmte.

Het is een ontwikkeling met ingrijpende gevolgen en waarbij heel wat komt kijken. Inmiddels is wel duidelijk dat deze omschakeling niet van de ene op de andere dag gaat; het zijn langdurige processen, die een aantal jaren duren. Volgens Egbert Jan Sol, programmadirecteur Smart Industry bij TNO, zitten we nu in de fase dat bedrijven aan het digitaliseren zijn. Dat is essentieel, want daarmee wordt het mogelijk om een product niet alleen te volgen in de ontwerp- en productiefase, maar ook tijdens het gebruik bij de klant.

Dan kun je het na verloop van tijd terugnemen – want je weet exact wat je terugneemt – en het materiaal gaan hergebruiken. Sol: “Een OEM besteedt al steeds meer uit aan toeleveranciers omdat hij niet zelf meer kan produceren. Straks gaat hij zijn toeleveranciers vragen: kun je het product dat terugkomt voor mij uit elkaar halen, refurbishen, hergebruiken of recyclen? Dan word je van toeleverancier een soort re-supplier. Er zullen nieuwe verdienmodellen ontstaan. We gaan bijvoorbeeld niet met grote machines na gebruik over de hele wereld slepen. Die zul je in de regio uit elkaar willen gaan halen. Dat geeft nieuwe kansen.”

Toekomstige rol in de keten

Maar er zijn meer consequenties voor toeleveranciers: De OEM zal bijvoorbeeld ook levensduurverlenging van zijn producten nastreven. Dat betekent dat er andere (hogere) eisen gesteld zullen worden aan de onderdelen en subassemblys die worden toegeleverd. Toeleveranciers die daarop zijn voorbereid hebben een voorsprong en daarmee een concurrentievoordeel. “Je moet als toeleverancier in gesprek met de OEM over wat jouw toekomstige rol in de keten is”, zegt Geert Huizinga, directeur belangenbehartiging van FME. “Dat kan bijvoorbeeld ook remanufacturing zijn.”

Volgens Fried Kaanen, voorzitter Koninklijke Metaalunie en tevens voorzitter van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Maakindustrie, betekent dit voor de toeleverancier dat hij andere in- en verkoopgesprekken gaat voeren. “Wat ga je doen met producten die terugkomen na gebruik? Als je daarover al hebt nagedacht en zegt: ik sta daar voor open, dan heb je een voorsprong op anderen. Je moet duurzaamheid onderdeel maken van je marketingmix.”

Verbreding is nodig

Het jaarcongres werd al voor de vierde keer gehouden. Een aantal jaren geleden waren de brancheorganisaties FME en Metaalunie nauw betrokken bij de opzet en de start van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Maakindustrie, met als doelstellingen: het verlagen van de milieudruk door de maakindustrie, leverzekerheid van kritische grondstoffen en het sluiten van de materialenkringlopen. In het kader van het uitvoeringsprogramma zijn en worden diverse projecten en activiteiten ontwikkeld. Een aantal daarvan kwam tijdens het congres aan bod, daarmee illustrerend dat er op het gebied van circulariteit wel het een en ander gaande is.

Maar duidelijk werd ook dat we pas aan het begin staan: een kopgroep is er mee bezig, maar er is verbreding nodig om echt meters te gaan maken en ervoor te zorgen dat de 277 miljard kilo aan grondstoffen die de maakindustrie per jaar verwerkt na gebruik niet in een kuil of in een oven belanden maar veel beter worden benut. FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming: “We moeten van praten naar doen. We zijn op de goede weg, er zijn veel bedrijven die stevig met circulariteit aan de slag zijn en meedoen aan de projecten van het Uitvoeringsprogramma.”

De voorbeelden van duurzaam ondernemen in maakindustrie liggen voor het oprapen, zo leerde een rondgang bij lasrobotspecialist Valk Welding.
De voorbeelden van duurzaam ondernemen in maakindustrie liggen voor het oprapen, zo leerde een rondgang bij lasrobotspecialist Valk Welding.

100 Miljoen extra

De bedrijven in de maakindustrie hebben echter steun nodig en moeten worden gestimuleerd om verder te komen. Dezentjé Hamming en Kaanen riepen de overheid en de politiek daarom (opnieuw) op om jaarlijks 100 miljoen euro in de circulaire economie te steken. “De hele toeleverketen moet mee kunnen komen”, aldus Kaanen. “We willen bijvoorbeeld nieuwe projecten starten met bedrijven die nog niet mee doen maar hun vinger al wel hebben opgestoken.”

Een groot project van het Uitvoeringsprogramma is het CESI-project (Circulaire Economie Smart Industry) met 70 maakbedrijven in verschillende provincies. Deze krijgen bezoek van TNO om te onderzoeken/bespreken wat ze op het gebied van circulariteit kunnen doen. Zo heeft Valk Welding, producent van lasrobots, bezoek gehad van Ton Bastein van TNO. Samen met sales manager Peter Haspels van Valk Welding verkende hij in eerste instantie de mogelijkheden voor de inzet van lasrobots in een platform (welding as a service). Maar tijdens een rondleiding door het bedrijf zag de TNO-man dat de lasrobotspecialist al met veel andere zaken op het gebied van duurzaamheid bezig is.

Zo wordt bijvoorbeeld een robot ingezet om grondboren van een klant te voorzien van een nieuwe metalen laag en daarmee de levensduur te verlengen. Dat gebeurt vanuit een simpel gegeven, namelijk een rekensom wat het kost en wat het oplevert. Duurzaamheid en het kosten/baten verhaal gaan vaak hand in hand en zo zijn veel bedrijven in de maakindustrie al met circulariteit bezig. “De link tussen Smart Industry en circulaire economie is er in de praktijk vaak al”, aldus Bastein. “De voorbeelden liggen voor het oprapen.”

Het gaat er om deze wel eerst te herkennen, waarna je er verder mee aan de slag kunt gaan. Dat kan al veel opleveren in de zin van circulariteit, zonder dat je de grote omschakeling naar bijvoorbeeld servitization maakt.

Subsidie circulaire ketenprojecten

De subsidie Circulaire ketenprojecten ondersteunt ondernemers die samen met andere MKB-ondernemers een circulair product of circulaire dienst ontwerpen, hun processen of businessmodel circulair organiseren en daarvoor hulp willen van een ervaren procesbegeleider.

Op 21 december is de regeling gepubliceerd. Een aanvraag kan ingediend worden vanaf 1 april 9.00 uur tot en met 30 september 12.00 uur. Gezien de verwachte belangstelling wordt aangeraden om een aanvraag in te dienen zodra dit kan. Er is in 2021 maximaal 4,5 miljoen euro beschikbaar.

In een circulair ketenproject werk je met andere ondernemers samen om een product- of materiaalketen circulair te maken. Het kan gaan om een bestaande keten of (deels) om een nieuwe. Je ontwikkelt gezamenlijk een product, proces, dienst of businessmodel en kort na afloop van het project kunt u dit op de markt brengen of toepassen. Door het toepassen vermindert het gebruik van grondstoffen en de CO2-uitstoot.