Europese werktuigmachine-industrie blijft worstelen en hoopt dit jaar op stabilisatie
Het Europese aandeel in de wereldwijde productie van werktuigmachines is in 2025 gedaald tot ongeveer 30,8%. Dat is bijna 2 procentpunten minder dan het jaar ervoor. Cecimo, de Europese vereniging van fabrikanten van productietechnologieën, noemt deze ontwikkeling ‘bijzonder zorgwekkend’. In 2023 was Europa nog goed voor 33,4% van de mondiale productie. Dat betekent dat het oude continent in slechts twee jaar tijd bijna 3 procentpunten marktaandeel heeft verloren, wat wijst op een geleidelijke verzwakking van zijn industriële positie.
In 2025 bleef de Europese werktuigmachine-industrie te maken hebben met een moeilijke economische omgeving. (Foto: VDW/EMO Hannover)
Het Economisch Comité van Cecimo besprak de situatie onlangs in het Zwitserse Bazel, waar de Algemene Vergadering van Cecimo plaatsvond. Dat gebeurde in een context die nog steeds wordt gekenmerkt door politieke en economische onzekerheid.
Forse daling productie
In 2025 bleef de Europese werktuigmachine-industrie te maken hebben met een moeilijke economische omgeving. Zwakke vraag en toenemende mondiale concurrentie zetten de lid-bedrijven van Cecimo onder druk. De Europese productie van werktuigmachines wordt geschat op ongeveer 23,5 miljard euro, een daling van circa 6,6% ten opzichte van 2024. Dit toont aan dat de economische vertraging nog niet is afgenomen.
Zwakkere vraag in Europa
Ook de Europese markt voor werktuigmachines vertoonde duidelijke tekenen van afnemende activiteit. De consumptie daalde met 3,7% ten opzichte van 2024, wat wijst op een zwakkere vraag in Europese landen. Ook de handelsstromen namen af: de export van Europese werktuigmachinebouwers daalde met 8,8%, terwijl de import met 4,2% terugliep. De belangrijkste exportbestemmingen buiten Europa waren de Verenigde Staten, China en India. Aan de importzijde bleven Japan, China en Zuid-Korea de belangrijkste leveranciers van werktuigmachines aan Europa.
Aanhoudende onzekerheid
Over het geheel genomen bevestigen deze ontwikkelingen dat de sector opereerde in een moeilijke economische context, gekenmerkt door lagere investeringen, aanhoudende onzekerheid, geopolitieke spanningen en een afnemende dynamiek op zowel de Europese als de wereldwijde markten. Deze factoren verminderden de vraag naar werktuigmachines en hadden een negatieve invloed op de bedrijfsomstandigheden van de Cecimo-leden.
Cecimo8-landen leveren in
Een vergelijkbaar beeld ontstaat wanneer wordt gekeken naar de orderniveaus in de zogenoemde Cecimo8-landen (de acht belangrijkste werktuigmachineproducerende landen binnen Cecimo: Duitsland, Italië, Zwitserland, Spanje, Oostenrijk, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië). Binnenlandse orders daalden in 2025 met ongeveer 1,7% ten opzichte van 2024, waarmee het derde opeenvolgende jaar van krimp werd genoteerd. Buitenlandse orders daarentegen stegen in dezelfde periode met 1,2%, wat het eerste jaar van groei betekende na twee opeenvolgende jaren van daling.
Bescheiden verbetering in 2026
De prognoses van Cecimo voor 2026 wijzen op een bescheiden verbetering na twee opeenvolgende jaren van dalende productie en consumptie in de Europese werktuigmachine-industrie. Zowel de consumptie als de productie in Europese landen zullen naar verwachting toenemen, wat kan wijzen op een stabilisatie van de markt. Ook de orderverwachtingen laten een verbetering zien van het totale orderniveau in de Cecimo8-landen in 2026. Dit vooruitzicht blijft volgens Cecimo echter kwetsbaar en gevoelig voor externe schokken en bredere marktomstandigheden. “Daarom moet deze ontwikkeling eerder worden gezien als een overgangsfase dan als een volledig herstel”.
Zeer onzekere omgeving
De sector zal blijven opereren in een zeer onzekere omgeving, beïnvloed door geopolitieke spanningen en conflicten, handelsrisico’s, mogelijke invoertarieven, volatiliteit op de energiemarkt en zwakke investeringsdynamiek in belangrijke Europese economieën. Omdat Europese werktuigmachinebouwers sterk afhankelijk zijn van internationale handel en industriële investeringscycli, kan een verslechtering van deze omstandigheden het verwachte herstel beperken.
Positieve effecten
Tegelijkertijd ziet Cecimo mogelijkheden voor ondersteuning vanuit positieve neveneffecten van publieke investeringen en strategische sectoren zoals defensie, lucht- en ruimtevaart, elektrificatie, AI-gerelateerde technologieën en geavanceerde engineering. Deze sectoren kunnen bijdragen aan een blijvende vraag naar uiterst nauwkeurige en geavanceerde productieoplossingen, maar hun impact zal afhangen van een tijdige uitvoering van projecten en het vermijden van verdere vertragingen.
Een stabiel handelsklimaat, sterkere industriële investeringen en doeltreffende beleidsmaatregelen zouden het begin kunnen markeren van een geleidelijk herstel van de Europese werktuigmachine-industrie. Zonder deze voorwaarden loopt Europa het risico zijn positie in werktuigmachinetechnologieën verder te verzwakken, terwijl mondiale concurrenten hun industriële capaciteiten blijven versterken.
Leiderschap niet vanzelfsprekend
“De huidige situatie bevestigt dat Europa zijn industriële leiderschap niet als vanzelfsprekend mag beschouwen. Europese werktuigmachinebouwers blijven actief in een moeilijke omgeving, gekenmerkt door een zwakkere vraag, aanhoudende mondiale onzekerheid en toenemende concurrentiedruk. Hoewel er kansen kunnen ontstaan vanuit strategische sectoren, heeft Europa behoefte aan een stabiel beleidskader, sterkere industriële investeringen en een snellere uitvoering van maatregelen die geavanceerde productie ondersteunen”, aldus François Duval, voorzitter van Cecimo, die later tijdens de meeting in Bazel het voorzitterschap overdroeg aan de Spanjaard José Pérez Berdud.