Lastalent Hugo Rijsman naar WorldSkills in Kazan

0
136

Samen met dertig andere Nederlandse vaktalenten reist Hugo Rijsman in augustus af naar Kazan (Rusland) voor de WorldSkills 2019. De 21-jarige Nederlands kampioen lassen, die vorig jaar vierde werd en een Medaille of Excellent Vakmanschap scoorde op de EuroSkills in Boedapest, vertelt over zijn liefde voor het vak en zijn voorbereiding. “Momenteel is er weinig tijd voor andere dingen dan trainen.”

WorldSkills, de wereldkampioenschappen voor jonge vakmensen, wordt tweejaarlijks gehouden. De editie van 2019 is van 22-27 augustus in Kazan, Rusland. Zo’n 1600 deelnemers uit zestig landen verschijnen aan de aftrap van het grootste beroepenevenement van Europa. Zij gaan de strijd met elkaar aan in 56 beroepen, van bloemschikken tot schilderen, mechatronica tot lassen. De organisatie verwacht meer dan 150.000 bezoekers. Team Nederland bestaat uit dertig nationaal kampioenen van het mbo.
Een lastoorts had de jonge Hugo nog nooit van dichtbij gezien toen hij als 15-jarige vmbo’er koos voor metalektro. Nu, zes jaar later, heeft de lasser uit Hengelo drie Nederlandse titels achter zijn naam en mag hij Nederland vertegenwoordigen tijdens WorldSkills. Onderweg verzamelde Hugo het ene na het andere lasdiploma en hoopt hij in 2020 zijn mbo-opleiding Technicus Engineering (niveau 4) bij Deltion in Zwolle, af te ronden. “Die opleiding is veel breder dan lassen alleen. Maar lassen is echt mijn ding, daar ga ik niet mee stoppen.”

Echte werk
Bij zijn werkgever Luma in Hengelo kwam Hugo in aanraking met het ‘echte werk’. “Ik kwam hier binnen via een snuffelstage van twee weken. Voor het eerst maakte ik een echt, tastbaar product. Dat had ik op school nog nooit gedaan. Ik mocht meteen meedraaien in de productie. Toen was ik verkocht. Ik ging er na mijn stage werken op zaterdag en in de vakantie. Bij Luma krijg ik alle kans me te ontwikkelen, ik werk er nog steeds.”

Hugo Rijsman: “De wereld zou er heel anders uitzien als er geen lassers waren. Zonder lassen stort alles in elkaar.” (Foto: UrbanTurtle/Olivier Huisman)

Steeds verbeteren
Wat hij zo mooi vindt aan het vak? “Je kunt lekker zelfstandig werken en jezelf op details steeds weer verbeteren. Sneller. Strakker. Mooier. Het vak ontwikkelt zich ook nog steeds. En vergeet niet: de wereld zou er heel anders uitzien als er geen lassers waren. Zonder lassen stort alles in elkaar.”

Beste van de wereld
Hugo noemt zichzelf een ‘Pietje Precies’. Goed is niet goed genoeg. “Ik probeer de lat steeds weer een stukje hoger te leggen, dat zit nou eenmaal in me. Ik wil mooi werk leveren, klaar. Dat is straks niet anders tijdens WoldSkills. Ik ga niet naar Kazan om in de achterhoede te eindigen. Wie wil nou niet bij de beste van de wereld horen?”

Meters maken
Dat betekent tot augustus vooral: meters maken. Hugo: “Ik sta straks tegenover de beste jonge lassers van de wereld. Daarom train ik nu zo’n 25 tot 30 uur per week. Ik krijg van Luma elke donderdag en vrijdag vrij om te trainen. Daarnaast train ik op zaterdag en meestal ook één of meer avonden doordeweeks. Mijn ouders en vriendin zien me momenteel dus bijzonder weinig. Zwaar? Ja. Maar het is ook erg leuk om met mijn expert Richard Roolvink en Wim van de Merwe, die echt alles voor me regelt, naar zo’n evenement toe te werken.”

V.l.n.r. Richard Roolvink, Hugo Rijsman en Wim van de Merwe.

Cirkel rond
Daarmee is de cirkel rond, want het was voormalig Nederlands kampioen lassen Richard die Hugo vier jaar geleden onbewust een zetje gaf om mee te doen aan de nationale beroepenwedstrijden. “Ik zag Richard bij SMEOT in Hengelo trainen voor WorldSkills in São Paulo”, zegt Hugo. “Op dat moment wist ik niet eens van het bestaan van beroepenwedstrijden. Maar ik dacht meteen: dit kan wel eens wat voor mij zijn. Toen heb ik me ingeschreven.”

Groots evenement
De rest is geschiedenis: Hugo werd drie keer Nederlands kampioen en vertegenwoordigt Nederland straks in Kazan. “Ik vind het echt een eer om met Team Nederland mee te doen. Zoiets maken maar weinig mensen mee. Het wordt groots, met heel veel publiek langs de wedstrijdvloer. De druk zal hoog zijn. Daar moet je alleen niet te lang bij stilstaan: ik kom om te lassen, niet voor iets anders. Ik ben gelukkig een Twentenaar, die laten zich niet zo gauw gek maken.”