Niet-elektrische auto van de zaak wordt fors duurder voor werkgevers
Werkgevers die een niet-volledig elektrische personenauto (benzine, diesel of hybride) ter beschikking stellen aan een werknemer die daarmee ook privé rijdt (inclusief woon-werkverkeer), krijgen vanaf 1 januari 2027 te maken met een eindheffing van 12% over de catalogusprijs.
Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld of geleaset, geldt een overgangsregeling: deze vallen tot 17 september 2030 niet onder de 12% eindheffing
De maatregel kan leiden tot aanzienlijk hogere lasten voor werkgevers. De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend, ook als de auto slechts een deel van de maand ter beschikking is gesteld. De maatregel is bedoeld om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren en maakt rijden in een fossiele leaseauto duurder.
Uitzonderingen
Volledig elektrische auto’s, waterstofauto’s, bestelauto’s en auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt (met een sluitende rittenregistratie) vallen buiten de heffing.
Bestaande contracten
Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld of geleaset, geldt een overgangsregeling: deze vallen tot 17 september 2030 niet onder de 12% eindheffing. Een eigen bijdrage van de werknemer voor privégebruik mag niet in mindering worden gebracht op de heffing.
Mobiliteitsbeleid onder de loep
De maatregel maakt het raadzaam om het mobiliteitsbeleid kritisch te bekijken. Aanpassing van de leaseregeling, het vernieuwen van bestaande contracten vóór 2027, of het niet langer toestaan van privégebruik van de fossiele leaseauto (inclusief woon-werkverkeer) vanaf 17 september 2030 zijn mogelijke opties.