Productiviteitsgroei vraagt innovatie
Meer technisch talent opleiden en aantrekken blijft belangrijk, maar is niet voldoende om de productiviteitsgroei in de industrie structureel te versterken. Dat is een conclusie van het rapport ‘Industriebeleid met aandacht voor kwaliteit van werk’, dat TNO opstelde in opdracht van FNV Metaal.
Het rapport presenteert geen oplossing voor één specifieke partij, maar schetst een brede agenda voor verschillende stakeholders.
De onderzoekers stellen vast dat de nadruk in het huidige debat vaak ligt op de arbeidsmarkt: meer instroom in technische opleidingen, meer arbeidsmobiliteit en het aantrekken van extra talent. Die maatregelen kunnen bijdragen aan het verminderen van personeelstekorten, maar productiviteitsgroei ontstaat uiteindelijk ook binnen bedrijven zelf. Factoren als werkorganisatie, procesinnovatie, scholing op de werkvloer, technologie-invoering en de benutting van aanwezige kennis en vaardigheden spelen daarbij een belangrijke rol.
Industrie presteert relatief goed
De analyse laat zien dat de Nederlandse industrie, waaronder de metaalsector, zich niet in een structurele neergang bevindt. De werkgelegenheid is de afgelopen jaren gegroeid en veel bedrijven laten positieve resultaten zien. Tegelijkertijd constateren de onderzoekers verschillende ontwikkelingen die aandacht vragen, zoals afnemende investeringen in scholing, minder procesinnovatie en een toenemende werkdruk onder werknemers. Volgens TNO maakt dit duidelijk dat productiviteit niet alleen afhankelijk is van de beschikbaarheid van personeel, maar ook van de manier waarop organisaties technologie toepassen, medewerkers ontwikkelen en verbeteringen in bedrijfsprocessen organiseren.
Kwaliteit van werk
Het rapport benadrukt dat aspecten van de kwaliteit van werk, zoals veiligheid, gezondheid, leermogelijkheden, autonomie en betrokkenheid bij veranderingen, niet alleen sociale thema’s zijn, maar ook relevant kunnen zijn voor innovatie en productiviteit. Werknemers beschikken vaak over praktijkkennis van processen en kunnen daardoor bijdragen aan efficiëntere werkwijzen en een succesvolle invoering van nieuwe technologie.
Het rapport presenteert geen oplossing voor één specifieke partij, maar schetst een brede agenda voor verschillende stakeholders. Voor de overheid ligt de uitdaging onder meer in het verbinden van innovatiebeleid aan scholing, mensgerichte technologie en werknemersparticipatie. Werkgevers kunnen investeren in procesinnovatie, werkplekleren en technologie die medewerkers ondersteunt bij hun werk. Werknemers, ondernemingsraden en vakbonden kunnen bijdragen door actief betrokken te zijn bij discussies over technologische vernieuwing, productiviteit en arbeidsomstandigheden. Onderwijs- en kennisinstellingen zouden bijvoorbeeld leeromgevingen moeten ontwikkelen waarin technologie, innovatie en praktijkervaring samenkomen. Daarnaast wordt gewezen op het belang van regionale ecosystemen waarin bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden en sociale partners samenwerken aan kennisontwikkeling en innovatie.
‘Betrek werknemers’
Albert Kuiper, vakbondsbestuurder FNV Metaal, concludeert uit het rapport dat Nederland moet investeren in technologie, innovatie en vakmanschap. Hij noemt het opvallend dat ondanks langdurige personeelstekorten geen sterke toename van automatisering zichtbaar is. Een van de conclusies uit het TNO-onderzoek is dat technologie het meeste oplevert wanneer werknemers invloed hebben op het ontwerp, de invoering en het gebruik daarvan. FNV Metaal pleit er dan ook voor om werknemers hier vanaf het begin bij te betrekken. Kuiper: “Zo zijn we niet tegen robots, maar wel tegen robots waar werknemers niets over te zeggen hebben.” Ook hoeft Nederland volgens de vakbond niet de goedkoopste industrie van Europa te hebben. “We moeten een van de productiefste industrieën hebben, en dat lukt alleen met sterke bedrijven én sterke werknemers”, aldus Kuiper.