Extra geld voor technische studies

0
114

Het gat tussen de opleidingscapaciteit en arbeidsmarktvraag naar afgestudeerden in bètatechniek is groot. Daarom moet er met ingang van volgend jaar geld worden verschoven naar universiteiten met veel bètatechniek studenten. Dit is één van de aanbevelingen die de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek doet in haar aan minister Van Engelshoven aangeboden adviesrapport.

“Het is op zich goed dat er meer geld naar het technisch hbo gaat, dat wordt steeds belangrijker voor onze leden”, stelt Jos Kleiboer, directeur beleid van Koninklijke Metaalunie in reactie op het rapport. “Maar de kern is voor onze leden, het MKB-metaal, nog steeds het technisch mbo onderwijs. Daar moet ook echt meer geld naar toe”. In de afgelopen maanden boog de commissie, onder voorzitterschap van Martin van Rijn, zich over een herziening van de bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek. De aanbevelingen van de commissie leiden tot een verschuiving van bestaand geld tussen hoger onderwijsinstellingen. De commissie schat deze herverdeeleffecten in het wo op 70 miljoen euro en in het hbo op 21 miljoen euro.

Structureel extra investeringen
Goed dat geadviseerd wordt om meer geld naar bèta-technische studies te schuiven maar het is een druppel op de gloeiende plaat, reageren MKB-Nederland en VNO-NCW op het advies. Er zijn volgens de ondernemersorganisaties structureel extra investeringen nodig om het hoger onderwijs op hoog niveau te houden vinden. Zij zijn het eens met het advies van de commissie dat bij de bekostiging van het onderwijs minder naar studentenaantallen moet worden gekeken en meer naar de toekomstige behoefte in de maatschappij aan het type studenten. “Nu al leiden problemen in de bekostiging tot studentenstops en hoge werkdruk, onder meer bij technische opleidingen”, aldus de ondernemersorganisaties. “Daarnaast moet bij de voorgestelde verschuiving van onderzoeksgelden goed worden gekeken naar de gevolgen voor het bèta-technisch onderzoek. Een voorbeeld daarvan is de 100 miljoen euro voor publiek-private samenwerking in het kader van de topsectoren. Daar mag niet aan worden getornd.”

450 miljoen nodig voor ‘Deltaplan Onderwijs’
Ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME pleit al jaren voor meer geld voor het technisch onderwijs. FME-voorzitter Ineke Dezentjé is dan ook blij met het advies van de Commissie van Rijn waarin structureel meer geld wordt vrijgemaakt voor technisch onderwijs. “Dit is een stap in de goede richting, ik hoop dat de minister het advies van de Commissie van Rijn overneemt.” De technologische industrie kampt met een enorm arbeidstekort, zodanig dat de economische groei belemmerd wordt. Uit een recent onderzoek onder FME-ondernemers blijkt dat 93% van de bedrijven last heeft van een tekort aan goed opgeleide medewerkers. Als gevolg van de personeelstekorten lopen bedrijven orders mis, ervaren ze extra kosten en is er geen mogelijkheid om te innoveren. Technologische bedrijven moeten soms noodgedwongen arbeidskracht uit het buitenland halen. En dat terwijl het aantal numeri fixi bij technische opleidingen maar blijft toenemen. “Het is goed dat de Commissie van Rijn nu aandacht voor bèta en techniek heeft, maar dat wil niet zeggen dat we er zijn,” zegt Dezentjé. “Met 70 miljoen kunnen we nog steeds niet bij alle technische studies de numerus fixus wegnemen en het docententekort aanpakken. Er is structureel ruim 450 miljoen euro nodig voor een ‘Deltaplan voor het onderwijs’. Innovatie van onderwijs en samenwerking van onderwijs met het bedrijfsleven is pure noodzaak. We moeten slim gaan opleiden en kijken naar de arbeidsmarktrelevantie van opleidingen.” De Commissie vindt dat er bestuurlijke afspraken moeten worden gemaakt over een forse verbetering van de samenwerking tussen universiteiten en werkgevers en tussen hbo en wo om de instroom van studenten goed te regelen. FME wil hierbij helpen en zet nu een matchingsplatform voor ‘hybride’ docenten op. FME pleit ook voor een compensatieregeling die het aantrekkelijk maakt voor bedrijven om hun werknemers te stimuleren (deels) voor het onderwijs te kiezen. Een dergelijke WBTO (Wet Bevordering Technisch Onderwijs) kan ontwikkeld worden naar het voorbeeld van de bestaande WBSO-regeling (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk).