Nieuwe orders nemen sterk af

0

De Nevi PMI van maart was met 50.5 flink lager dan het cijfer van 52.9 van februari. Toch duidt dit cijfer nog steeds op een (geringe) verbetering in maart. De productie daalde in bescheiden mate. Het aantal nieuwe orders daalde in de grootste mate sinds eind 2011 en hetzelfde gold voor de exportorders. 

De verlenging van de gemiddelde levertijden was aanzienlijk en de grootste sinds september 2018. De voorraad eindproducten daalde in de grootste mate in vijf jaar en ook de inkoopactiviteiten namen af. De voorraad ingekochte materialen steeg licht. De werkgelegenheid nam in beperkte mate af. De inkoopprijzen namen toe, evenals de verkoopprijzen. Deze laatste inflatie was echter gering. De toekomstverwachtingen van de bedrijven waren, vanwege de groeiende bezorgdheid over de impact van de coronavirus pandemie, het laagst sinds deze vraag voor het eerst gesteld werd. 

Positieve uitzondering in Europa

“Nederland is met een Nevi PMI van boven de 50 een positieve uitzondering in Europa”, zegt Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University in zijn maandelijkse commentaar. “Een maand geleden was de impact van de pandemie al zichtbaar, maar in maart zijn de humanitaire en economische effecten mondiaal pas echt in volle omvang duidelijk geworden. Het aantal te betreuren slachtoffers is in veel landen fors toegenomen en ook economisch gezien is de schade enorm. Natuurlijk zijn er verschillen tussen sectoren, maar overall zijn de ramingen steeds somberder geworden. Begin maart ging werkgeversorganisatie VNO-NCW nog uit van een verlaging van de verwachte economische groei voor 2020, eind maart stelt het Centraal Planbureau (CPB) dat het voorkomen van een economische krimp een onmogelijke missie lijkt te zijn.”

Forse daling blijft vooralsnog uit

Een forse daling van de Nevi PMI voor de Nederlandse productiesector lag dan ook in de lijn der verwachting, maar dat is dus niet gebeurd. De index daalde wel maar de meest recente data duiden dus nog steeds op lichte groei. “Kijkend naar de mondiale ontwikkelingen is dat op zijn zachtst gezegd verrassend te noemen”, aldus Vos. “Vele regeringen in de hele wereld hebben enorme steunmaatregelen voor ondernemers aangekondigd, in Nederland gaat het nu al om een pakket van vele tientallen miljarden euro’s. Verder is Nederland met een PMI van boven de 50 een positieve uitzondering in Europa. In de Eurozone zakte de PMI voor de industrie tot 39.5, de grootste daling sinds april 2009, en voor de dienstensector zelfs tot 31.4.”

Verklaring voor lichte groei in coronatijd

Het is lastig om een sluitende verklaring voor deze uitzonderingspositie te vinden. Kan het aan de timing van de dataverzameling liggen? Vos: “Dat lijkt onwaarschijnlijk aangezien de data voor de Nevi PMI tussen 12 en 23 maart verzameld zijn en toen was de impact van het virus al echt voelbaar in veel sectoren. Bovendien wordt door respondenten ook op diverse plekken in de rapportage verwezen naar deze impact, bijvoorbeeld als verklaring voor het gedaalde aantal nieuwe (export)orders. Verder is het toekomstperspectief nog steeds licht positief, maar respondenten geven wel aan dat bezorgdheid over COVID-19 een negatieve invloed heeft.”

Is de samenstelling van de Nederlandse industrie dan zo anders? Dat is deels inderdaad het geval, zeker ten opzichte van onze Duitse buren, maar het is volgens Vos zeer de vraag of dat een bevredigende verklaring is voor het grote verschil in PMI-score. Bij nadere analyse valt wel op dat de Nederlandse industriële productieomvang nog stijgt in de sector consumptiegoederen en dat past weer bij cijfers over het aantal pintransacties in bijvoorbeeld supermarkten en doe-het-zelfzaken. Bij producenten van halffabricaten en investeringsgoederen was er sprake van dalende productievolumes, aggregaat leidde dit in maart tot een relatief bescheiden daling van de totale productieomvang.”

Het meest waarschijnlijk lijkt toch een na-ijleffect, waarbij de gevolgen van de Covid-19 pandemie met een vertraging de komende maanden alsnog zichtbaar worden in de Nederlandse Nevi PMI-data. “Het lijkt nauwelijks voorstelbaar dat een open economie als de Nederlandse immuun blijkt te zijn voor deze mondiale crisis. Het wordt immers steeds voelbaarder dat internationale productieketens worden onderbroken, ook in kwetsbare sectoren. Een wrang voorbeeld van deze kwetsbaarheid is te vinden bij de productie van de voor onze zorg nu broodnodige beademingsapparatuur. Snelle opschaling is door toenemende vraag noodzakelijk, een traject waar normaal een jaar voor staat moet nu in een paar weken gerealiseerd worden. Een bijkomende uitdaging is dat door een lockdown in een toenemend aantal landen de aanvoer van kritische onderdelen in gevaar komt.”

Lichtpuntjes

De conclusie van Vos is dat de met de Covid-19 uitbraak gepaarde gaande onzekerheid nog wel even duren. “Maar er zijn zeker ook lichtpuntjes. Allereerst zijn er over de hele wereld talloze voorbeelden van creatieve, vaak hartverwarmende oplossingen en acties ontstaan. En verder kunnen we er op basis van ervaringen in eerdere crises op vertrouwen dat er voldoende veerkracht in ketens aanwezig is om een eventuele daling in de Nevi PMI op termijn op te vangen.”

Nevi pmi bijlage bij maart NL_Manufacturing_NLD_2004-1