Personeel duurder voor werkgevers metaal & techniek

550

Werkgevers in de sector metaal & techniek betalen in 2019 meer voor hun personeel. Iets lagere pensioenpremies zijn niet voldoende om de hogere algemene premies te compenseren.

Voor een werknemer met een maandloon van 3.000 euro is 4 euro minder aan pensioenpremie verschuldigd, maar stijgen de overige werkgeverslasten met 15 euro. Per saldo wordt deze werknemer dus 10 euro duurder per maand. De hogere kosten lopen op tot 37 euro voor werknemers met een salaris van meer dan 5.500 euro.

Deze cijfers volgen uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP. Hieruit blijkt dat werkgevers in vrijwel alle sectoren dit jaar meer voor hun personeel gaan betalen. Weliswaar dalen de sectorpremies, maar werkgevers zijn meer kwijt aan andere algemene bijdragen zoals de werkgeversbijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw), het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de algemene werkloosheidspremie (Awf). Met name in de overheidssector drukken hogere pensioenlasten op de werkgeverskosten. Dit kan een werkgever tot wel 160 euro per maand extra kosten per ambtenaar.

Bouw is uitzondering
Een opvallende uitzondering op het algemene beeld is de bouwsector. Door een sectorpremie van 0% worden werknemers in de bouw juist goedkoper. Dit kan oplopen tot een voordeel van 225 euro per werknemer per vier weken. Deze cijfers volgen uit berekeningen ADP op basis van de premies vanaf januari 2019. Een van de oorzaken van de stijgende kosten voor personeel is de toename van de Awfpremie. Deze premie, waarmee WW-uitkeringen worden gefinancierd, stijgt van 2,85% naar 3,6%. Hiermee wordt onder andere de compensatie voor het betalen van een transitievergoeding bij ontslag na langdurige ziekte bekostigd.

ADP ontwikkelde een rekentool waarop per medewerker de werkgeverskosten per 2019 zijn te zien. Deze is te vinden via www.adp.nl/eerste-loonstrook/werkgevers/.

Premies sectorfondsen
Ervan uitgaande dat de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) door de Tweede en Eerste Kamer wordt aangenomen, is 2019 het laatste jaar waarin sectorpremies worden geheven. Vanaf 2020 is er dan nog maar één WW-premie, die afhankelijk is van de lengte en omvang van het arbeidscontract. De gemiddelde sectorpremie 2019 bedraagt 0,77% en is hiermee 0,51 procentpunt lager dan die van 2018. Voor 48 sectoren daalt de sectorpremie, voor 13 sectoren stijgt deze.

Zorgverzekeringswet
Net als in 2018 stijgt ook dit jaar de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). De werkgeversbijdrage stijgt van 6,90% naar 6,95% en is hiermee terug op het niveau van 2015. Voor werknemers die meer dan 55.927 euro per jaar verdienen, moet bijna 10 euro per maand meer worden betaald.

Wetswijzigingen 2019
Het kraamverlof van twee dagen wordt vervangen door de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG). Partners van de moeder krijgen per 2019 recht op geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur (vijf dagen bij fulltime dienstverband). De werkgever moet het loon doorbetalen. Vanaf 1 juli 2020 komen hier nog eens vijf weken extra geboorteverlof bij. In dat geval ontvangt de werknemer een uitkering van UWV ter hoogte van 70% van het loon.

Per 2019 wordt het adoptieverlof uitgebreid van vier naar zes weken. Per 1 juli 2019 worden de minimumlonen niet alleen met de halfjaarlijkse aanpassing verhoogd. Vanaf die datum is het 100% minimumloon van toepassing vanaf 21 jaar. Ook de bedragen voor jongeren worden aangepast. Een 20-jarige heeft vanaf 1 juli recht op 80% van het minimumloon. Nu is dat nog 70%.

Berekeningen en complete cijfers
Voor de berekeningen van de werkgeverslasten is uitgegaan van de Zvw-bijdrage, de pensioenbijdrage en de premies werknemersverzekeringen. Voor de premie Werkhervattingskas (Whk) is uitgegaan van de sectorale premies voor de ZW en WGA. Strikt genomen zijn alleen de Zvw, WIA en Awf één op één vergelijkbaar. Werkgevers betalen op individueel niveau voor de ZW- en WGA-lasten van werknemers die bij hen hebben gewerkt. Kleine werkgevers (loon 3.310.000 euro) betalen een volledig individuele premie en middelgrote werkgevers (loon tussen 331.000 euro en 3.310.000 euro) betalen een gewogen gemiddelde. Bij de mutaties van werkgeverslasten voor minimumlonen is de reguliere verhoging van het minimumloon per 1 januari 2019 meegenomen.