Fors meer nieuwe orders voor Nederlandse industrie door oorlog in Midden-Oosten
De Nederlandse fabrikanten hebben in april fors meer nieuwe orders ontvangen. Dit was het gevolg van de onzekerheid rond de toeleveringsketens door de oorlog in het Midden-Oosten. De toename van het aantal nieuwe orders was het grootst in bijna twee jaar.
De Nevi PMI steeg in april voor de elfde maand op rij en bereikte met 54.4 (52.0 in maart) het hoogste niveau sinds juli 2022.
De Nevi PMI steeg in april voor de elfde maand op rij en bereikte met 54.4 (52.0 in maart) het hoogste niveau sinds juli 2022.
Kosteninflatie
De onzekerheid over de oorlog in het Midden-Oosten leidde ertoe dat klanten hun orders naar voren haalden. In respons hierop verhoogden de fabrikanten hun productie. De kosteninflatie bereikte ondertussen het hoogste niveau in bijna vier jaar. Omdat de bedrijven de al hoge kostendruk wilden beperken, werden de personeelsbestanden opnieuw verkleind. De productiebedrijven vergrootten ook hun materiaalvoorraden in de grootste mate in bijna vier jaar, vanwege de verslechtering van de omstandigheden in de toeleveringsketens.
Grote productiestijging
Net als voor het totale aantal nieuwe orders, werd in april melding gemaakt van een vergelijkbare forse toename van de productieomvang omdat de bedrijven aan de grotere vraag probeerden te voldoen. Dit was de grootste productiestijging in zeven maanden. Toch was er voor de tweede achtereenvolgende maand sprake van een daling van de werkgelegenheid, aangezien vertrekkende personeelsleden niet vervangen werden vanwege problemen bij het vinden van geschoold personeel of om kosten te besparen. Het banenverlies bleef echter beperkt.
Met de kleinere personeelsbestanden en grotere vraag waren de bedrijven minder goed in staat om de achterstanden weg te werken. Het gevolg hiervan was de kleinste daling in de huidige periode van krimp van ruim drie jaar.
Verlenging levertijden
De oorlog in het Midden-Oosten zette de toeleveringsketens opnieuw onder druk, wat bleek uit de grootste verlenging van de levertijden in bijna vier jaar. Dit resultaat was het gevolg van vertragingen in de aanvoerroutes en transportproblemen, alsmede van pogingen om meer materialen in te slaan.
Dit was de tweede achtereenvolgende maand waarin de hoeveelheid ingekochte materialen werd vergroot. De stijging in april was aanzienlijk, fors groter dan de maand ervoor en het grootst in 44 maanden. Er waren aanwijzingen dat voorspellingen van inkooptekorten hadden geleid tot een uitbreiding van de inkoopactiviteiten van de bedrijven. Na een periode van acht maanden van dalingen, was er een hernieuwde stijging van de materiaalvoorraad in april. Deze stijging was echter beperkt.
Stijging inkoopkosten
De verstoringen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten hadden opnieuw een grote impact op de prijsgegevens. De gemiddelde inkoopkosten stegen in de grootste mate in bijna vier jaar. Uit de kwalitatieve gegevens bleek dat de belangrijkste redenen voor deze opwaartse druk de hogere prijzen waren voor energie, brandstof, transport en grondstoffen. Een deel van de hogere kosten werd doorberekend aan klanten door middel van hogere verkoopprijzen. De verkoopprijsinflatie was fors en bereikte het hoogste niveau in drieënhalf jaar, maar bleef bescheiden in vergelijking met de kosteninflatie.
‘Industrie profiteert van hamstergedrag’
Volgens Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO, profiteert de Nederlandse industrie van hamstergedrag: “Vanwege de oorlog in het Midden-Oosten, die heeft geleid tot de grootste ontregeling van toeleveringsketens in bijna vier jaar tijd, zijn bedrijven aan het hamsteren geslagen. De vraag naar Nederlandse industriële producten stijgt in het hoogste tempo in bijna twee jaar. De groei lijkt vooral te worden gedreven door binnenlands hamstergedrag. De combinatie van het hamsteren van extra voorraden, groei van de productie en stijgende prijzen leidt waarschijnlijk bij veel ondernemingen tot een grotere behoefte aan werkkapitaal. De Nederlandse industrie profiteert daarnaast veel meer van de omvangrijke investeringen in kunstmatige intelligentie (AI) dan veel andere landen. Zo meldde marktleider ASML dat het de verwachtingen voor 2026 verhoogt, doordat diens klanten investeringsplannen versneld uitvoeren. De honderden Nederlandse toeleveranciers kunnen daarvan profiteren, al bevindt een groeiend deel van de toeleveringsketen zich in Aziatische landen. Door de energiecrisis als gevolg van de oorlog in Iran blijft het herstel in 2026 onzeker, maar vooralsnog ligt de Nederlandse industrie nog steeds op koers voor forse groei.”