Industrie op koers voor snelle groei, maar risico’s door nasleep Iran-oorlog
Ondanks gestegen energieprijzen en geopolitieke onrust lijkt 2026 een goed jaar te worden voor de Nederlandse industrie, met een groei van 2,5 procent. In 2027 kan de industrie nog sneller groeien (3 procent), mede dankzij groei van eindmarkten als de halfgeleiderindustrie, de defensie-industrie en de bouw. Dat zegt ABN Amro in haar nieuwste Sectorprognoses.
De industrie is het meest kwetsbaar voor de nasleep van de Iran-oorlog vanwege hogere energie- en transportkosten, materiaalschaarste, hogere rentes en stijgende loonkosten.
Groei deels door tijdelijke factoren
Afgaande op de rooskleurige cijfers van de maandelijkse inkoopmanagersindex NEVI PMI, lijkt de Nederlandse industrie de afgelopen maanden te hebben geprofiteerd van de oorlog in Iran. Deze groei drijft volgens ABN Amro echter deels op tijdelijke factoren, die vooral samenhangen met de ontregeling van toeleveringsketens als gevolg van de sluiting van de Straat van Hormuz. Zo zijn industriële ondernemers aan het hamsteren geslagen, omdat zij vreesden voor tekorten en voor nog hogere grondstofprijzen. Dit hamstergedrag stuwde vermoedelijk vooral de vraag naar halffabricaten, zoals kunststoffen en metalen onderdelen.
Investeringen in datacenters
Toch zorgen ook meer structurele factoren voor groei van de industriële productie. Zo stuwt de enorme groei van investeringen in datacenters voor AI-toepassingen de vraag naar chips. Chipfabrikanten uit vooral Taiwan en Zuid-Korea bestellen daardoor meer chipmachines bij Nederlandse fabrikanten als ASML. Daar profiteren deze machinebouwers en hun honderden Nederlandse toeleveranciers van.
Groei bouwproductie en defensie
Door de groeiende bouwproductie neemt ook de vraag naar materialen toe, zoals staalconstructies, leidingen en elektronica voor toepassing in gebouwen. En de groeiende investeringen in defensie en infrastructuur geven een extra fundament aan de industriële productie. Nederland beschikt zelf niet over een grote defensie-industrie, maar kan via de toelevering aan bijvoorbeeld Duitse fabrikanten profiteren.
Onzekere prognose
De oorlog in Iran maakt de prognose wel onzeker. Er is weliswaar een akkoord voor 60 dagen, maar zolang de strijdende partijen nog geen definitief akkoord hebben bereikt over vrede, ligt hernieuwde escalatie volgens ABN Amro op de loer. Ook moeten olie- en gasvoorraden waarop de afgelopen maanden is ingeteerd worden aangevuld, waardoor prijzen van olie, gas en olieproducten tot 2027 relatief hoog kunnen blijven.
De industrie is relatief gevoelig voor hogere energieprijzen: het is zowel een energie-intensieve als een kapitaalintensieve sector. Een hernieuwde escalatie van de oorlog met Iran zou de industrie daardoor hard kunnen raken. De hogere inflatie zou kunnen leiden tot een verdere stijging van rentes. Dat maakt de financiering van industriële ondernemingen duurder en drukt de vraag naar kapitaalgoederen zoals machines en voertuigen.
Nog grimmiger wordt het wanneer de economische groei vertraagt en de werkloosheid stijgt terwijl de inflatie aanhoudt, ofwel wanneer stagflatie de kop opsteekt. “Dankzij het akkoord dat Iran en de Verenigde Staten hebben gesloten, lijkt dat risico gelukkig te zijn afgenomen”, zegt Albert Jan Swart, Sectoreconoom Industrie, Transport & Logistiek bij ABN Amro. Vooralsnog ligt de Nederlandse industrie volgens hem nog op koers voor een snelle groei in 2026. “Het is te hopen dat de VS en Iran een duurzaam vredesakkoord kunnen sluiten en de olie- en gasmarkt weer beter gaat functioneren. In dat geval moet de industrie zich vooral zorgen maken om de loonkosten, die na het aflopen van de cao’s vooral vanaf 2028 opnieuw flink kunnen stijgen.”