Connext Live brengt automatiseringsoplossingen naar de productievloer
Met een Chinese draak, draaiende machines en drie live opgenomen podcasts heeft Tuwi medio september zijn nieuwe locatie in Zwijndrecht officieel geopend. Onder de naam Connext Live brengt de machineleverancier hier machines, software, automatisering en kennispartners samen. Het resultaat is geen traditionele showroom, maar een permanente productieomgeving waarin bezoekers kunnen zien hoe technologie in de praktijk wordt toegepast.
V.l.n.r. Cameron Lee, CEO Accurl, Maik Wensink, commercieel directeur Tuwi, en Remco Koolmees, eigenaar Koolmees Metal Group waartoe LSV Metaalbewerking behoort, samen met een Chinese draak bij opening van Connext Live. Hier demonstreren Tuwi en partners in een live productieomgeving hoe slimmer produceren er in de praktijk uitziet.
De Chinese draak was een opvallend onderdeel van de opening. Niet toevallig: op de locatie staan meerdere machines van Accurl, de Chinese machinefabrikant. Cameron Lee, CEO van Accurl, was speciaal vanuit China naar Zwijndrecht gekomen om de opening in Chinese stijl bij te wonen. De nieuwe locatie wordt gedeeld met LSV Metaalbewerking, onderdeel van Koolmees Metal Group. Tuwi heeft er kantoren, spreekkamers en een showroom, terwijl direct daarnaast de productieruimte van LSV ligt. De twee werelden lopen in elkaar over. Zo wordt op de buislaser die in de showroom staat daadwerkelijk geproduceerd. Bezoekers kunnen zien hoe machines en software daadwerkelijk onderdeel zijn van een productieproces.
Totaaloplossing
Met Connext speelt Tuwi in op een ontwikkeling die in de metaalindustrie steeds duidelijker zichtbaar wordt. Bedrijven zoeken niet langer uitsluitend naar een nieuwe machine, maar naar oplossingen voor hun totale productieproces. Werkvoorbereiding, calculatie, planning, software, procesbesturing, automatisering en machinepark moeten met elkaar kunnen communiceren. AESC is een belangrijke partner binnen die aanpak en levert software voor onder meer CAD/CAM, calculatie en simulatie.
Tijdens de openingsdag konden bezoekers verschillende machines live bekijken:
- Accurl Tubeline BK: buislaser voor buizen en profielen tot 9.000 mm, met opties voor automatische belading en ontlading.
- Accurl kantbank met robot: elektrische kantbank voor geautomatiseerd en repeterend kantwerk.
- Accurl Genius B40400: kantbank voor zowel enkelstuks als grotere series.
- Masterline 4020: fiberlaser voor snelle en nauwkeurige plaatbewerking.
- TW 1000: voor het ontbramen en nabewerken van gesneden plaatdelen.
- VLB EB63CNC: elektrische doornbuigmachine voor producten met meerdere bochten en radii.
- Daarmee werd een breed beeld gegeven van de mogelijkheden voor automatisering en verdere procesoptimalisatie.
Partners
Ook de partners maakten duidelijk dat slimmer produceren verder gaat dan alleen de productievloer. AESC en Halloy vertegenwoordigen software en digitalisering, Censo richt zich op energie en netcongestie, DLL op financiering en Pyrodura op onderhoud en procesverbetering rond lasersnijmachines. Daarnaast waren A+O Metalektro en Platform Talent voor Technologie aanwezig. Zij richten zich op opleiding, ontwikkeling en het aantrekken en behouden van technisch personeel. Daarmee raakt Connext Live aan vrijwel alle thema’s waarmee metaalbedrijven momenteel te maken hebben: technologie, automatisering, digitalisering, energie, financiering en personeel.

Tuwi-partner AESC geeft uitleg over de rol die software speelt in integrale automatiseringsoplossingen.
‘Automatisering onontkoombaar’
Dat automatisering voor bedrijven geen vrijblijvende keuze meer is, werd onderstreept tijdens de live opname van de Maakbazen Podcast. In totaal werden drie podcasts opgenomen op de productievloer. Personeelstekorten en netcongestie waren onderwerp van de eerste twee afleveringen. In de derde aflevering gingen Bart Stallen en Dirk Mescher in gesprek met Remco Koolmees van Koolmees Metal Group en Bart Kroesbergen van JOOP over automatisering. Beide bedrijven zijn volop bezig met het automatiseren van hun processen, maar vanuit verschillende uitgangsposities.
Eigen processen verbeteren
Koolmees Metal Group bestaat uit vier metaalbedrijven en is actief in onder meer draaien, frezen, lasersnijden, zetten en diverse specialistische bewerkingen. JOOP in Veenendaal maakte de afgelopen jaren een strategische omslag. Het bedrijf was oorspronkelijk vooral actief met het snijden van dik staal voor onder meer de offshore. Nu profileert het zich als componentenleverancier voor de brede machinebouw, waarbij naast snijden en zetten ook frezen en lassen onderdeel zijn van het productieproces. Voor Kroesbergen is de reden voor automatisering helder. “Mijn definitie van automatisering is simpel: dingen beter en slimmer doen zodat je kunt concurreren.” De concurrentie komt volgens hem steeds vaker uit Azië. JOOP stelde zichzelf daarom de vraag hoe Nederlandse productie kan concurreren met componenten die in het Verre Oosten worden geproduceerd. Het antwoord werd gezocht in het verbeteren van de eigen processen.
Koolmees herkent die ontwikkeling volledig. Bij zijn bedrijven begon automatisering met het identificeren van repeterende werkzaamheden. “Alle repeterende processen waar mensen niet gelukkig van worden eerst optimaliseren en vervolgens gaan automatiseren.” Dat gaat volgens Koolmees niet alleen over het automatiseren van een machine. Ook aan de voorkant van het proces valt veel winst te behalen, bijvoorbeeld bij offerteaanvragen, orderverwerking en werkvoorbereiding.
Koolmees Metal Group heeft daarom eerst de eigen organisatie als het ware helemaal uitgetekend. Van de vraag van een klant tot en met de uiteindelijke factuur werd het complete proces in kaart gebracht. Vervolgens werd gekeken waar de meeste tijd en kosten verloren gingen en welke werkzaamheden voor de klant geen toegevoegde waarde hebben. Van daaruit zijn de belangrijkste processen geselecteerd voor automatisering. Niet alles hoeft daarbij automatisch te worden. Specialistische bewerkingen in kleine aantallen of prototypes zijn soms juist moeilijk te automatiseren. Daar zit volgens Koolmees vaak de toegevoegde waarde waar de klant voor wil betalen. Zodra een bewerking voldoende repeterend wordt, komt automatisering wel in beeld.
Bedreiging voor vakmensen?
De vraag of automatisering ten koste gaat van werkgelegenheid kwam uiteraard ook aan bod. Koolmees draait het perspectief om. “Als we niet waren gaan automatiseren, hadden we geen bestaansrecht meer.” Volgens hem is automatisering juist nodig om vakmanschap in Nederland te behouden. Medewerkers kunnen zich ontwikkelen wanneer repeterend werk door machines wordt overgenomen. Koolmees Metal Group heeft sinds de start van de automatiseringsslag dan ook geen medewerkers hoeven laten vertrekken. Het personeelsbestand is juist gegroeid.
Concurrentie met China
Automatisering alleen is echter geen oplossing voor alle problemen. De internationale concurrentie blijft volgens Koolmees een belangrijke uitdaging. Hij ziet bij klanten bijvoorbeeld dat productie zowel in Nederland als in China wordt uitbesteed om de kosten naast elkaar te kunnen leggen. Waar de kostprijsverschillen enkele jaren geleden volgens hem beperkt waren, is dat beeld veranderd. Hij noemt daarbij onder meer de ontwikkeling van de materiaalprijzen. “We moeten ervoor zorgen dat we onze processen dusdanig geoptimaliseerd en geautomatiseerd hebben dat we zo goedkoop mogelijk kunnen werken en dat we het zo snel mogelijk voor elkaar hebben.” Automatisering moet daarom niet worden gezien als een losstaand project op de werkvloer, maar als een proces dat de volledige organisatie omvat.

De Maakbazen Bart Stallen en Dirk Mescher voor hun podcast in gesprek met Remco Koolmees van Koolmees Metal Group en Bart Kroesbergen van JOOP over automatisering.
Nederlandse kracht
Een ander belangrijk thema in het gesprek was de positie van de Nederlandse maakindustrie. Volgens Kroesbergen en Koolmees ligt een belangrijke kans in high mix, low volume: veel verschillende producten in kleine aantallen. Juist het flexibel automatiseren van dergelijke productie kan een concurrentievoordeel opleveren. De uitdaging is om geautomatiseerde processen zo slim te maken dat niet steeds hetzelfde product wordt geproduceerd, maar verschillende producten achter elkaar kunnen worden verwerkt.
Daarvoor is samenwerking in de keten noodzakelijk, aldus Kroesbergen. Maakbedrijven, machineleveranciers, softwarebedrijven en kennisinstituten moeten volgens hem meer kennis delen en gezamenlijk bouwen aan een sterk ecosysteem. “Als je echt gaat samenwerken als ketens, kun je nog zoveel grote stappen maken.” Koolmees onderschrijft die gedachte. Sparren met andere bedrijven en van elkaar leren zijn volgens hem belangrijke voorwaarden om verdere stappen te zetten.
Topkwaliteit
De conclusie van het podcastgesprek is daarmee niet dat Nederlandse productie moet proberen te concurreren met lagelonenlanden op massaproductie. De kracht ligt volgens de deelnemers juist in flexibiliteit, kwaliteit, snelheid en het vermogen om nieuwe technologie snel toe te passen. Voor Koolmees betekent dat vooral focussen op wat Nederlandse bedrijven goed kunnen. “Focussen op hetgeen wat we wel kunnen. En op high mix, low volume. En gewoon topkwaliteit blijven leveren. Daar willen mensen altijd voor blijven betalen.”
