Productie industrie groeit
De productie van de industrie lag in maart 1,7 procent hoger dan in maart 2025. Ten opzichte van februari steeg de productie van de industrie in maart zelfs met 2,8 procent. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Producenten waren in april even negatief als in maart. Het producentenvertrouwen industrie bleef staan op -0,7.
Groei in helft van de branches
De helft van alle bedrijfsklassen in de industrie produceerde in maart meer dan in dezelfde maand een jaar eerder. Van de acht grootste branches realiseerde de machine-industrie de grootste productiestijging, terwijl de elektrische en elektronische industrie de grootste daling noteerde. De branche metaalproducten noteerde een min: -0,7 procent.
Productie stijgt ten opzichte van februari
Voor het bepalen van de kortetermijnontwikkeling van de productie kan het beste worden gekeken naar voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde cijfers. Van februari op maart steeg de productie met 2,8 procent.
De voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde productie fluctueert doorgaans aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. In mei 2020 bereikte de productie van de industrie een dieptepunt. Daarna werd een stijgende lijn ingezet tot mei 2022, waarna de trend omsloeg. Sinds 2024 is het productieniveau gemiddeld genomen vrijwel hetzelfde gebleven.
Vertrouwen producenten even negatief in april
Producenten waren in april even negatief als in maart. Het producentenvertrouwen industrie bleef staan op -0,7. Producenten waren minder positief over de verwachte bedrijvigheid, terwijl het oordeel over de voorraden gereed product verbeterde. Het producentenvertrouwen lag in april boven het gemiddelde van de afgelopen 20 jaar van -1,3. Het vertrouwen bereikte in oktober 2021 de hoogste waarde (10,5). In april 2020 werd de laagste waarde (-31,5) genoteerd.
Het vertrouwen van producenten in aardolie- en chemische industrie nam het sterkst toe. Producenten in de elektrotechnische en machine-industrie waren het meest positief (2,7), terwijl fabrikanten in de textiel-, kleding en lederindustrie het meest negatief waren (-7,9)