Waardering
Een van de moeilijkste en meest besproken onderwerpen tijdens de verkoop van een onderneming is de waardering van de onderneming. Uiteraard wil een verkoper het hoogst mogelijke bedrag hebben maar een koper wil zo min mogelijk betalen.
Een heel normaal verschijnsel dat ook buiten bedrijfsovernames geldt. Toch zijn er genoeg opdrachtgevers die dit niet zo zien. Ze zijn zelfs beledigd als een koper met een lagere bieding komt dan wat zij in hun hoofd hebben.
Alex had een onderneming die eigenlijk al jarenlang steeds moeizamer draaide. Het was een beetje vergane glorie geworden. Vroeger was het een bruisende onderneming die prachtige opdrachten had. Een mooi bedrijfspand en Alex reed rond in zijn grote Mercedes. Naarmate hij dichter bij zijn pensioen kwam, werd het zakelijk allemaal wat minder. Hij kon de energie niet meer opbrengen om de ‘swung’ in zijn onderneming te houden. Er werd nauwelijks meer geïnvesteerd en jaarlijks zakte de omzet iets. Op het moment dat wij elkaar spraken, werd er eigenlijk al geen winst meer gemaakt, slechts een heel klein plusje. Alhoewel hij anders beweerde en zei dat hij het bedrijf goed achter wilde laten, draaide het bij Alex maar om één ding: een hele hoge opbrengst. Enerzijds gedreven als bevestiging van zijn uitstekende ondernemerschap en anderzijds omdat hij al die jaren niets had gereserveerd voor zijn pensioen.
Alex wilde de hoofdprijs
Het kostte veel tijd en moeite om een koper te vinden. Iedereen doorzag wat er moest gebeuren. Uiteindelijk lukte het om een paar biedingen op de onderneming te krijgen. Uiteraard waren deze niet volgens hetgeen Alex verwacht had. Veel te laag. “Hoe durven ze dit te bieden? Mijn machinepark is veel meer waard.” Alle pogingen om hem te laten inzien dat de biedingen op zich best reëel waren, mislukten. Dat ze niet volgens zijn verwachtingen waren, kon ik begrijpen, maar met de biedingen, waarvan de bedragen niet ver van elkaar vandaan lagen, was op zich niet veel mis. Ze waren niet verkeerd benaderd en berekend.
Alex werd boos. Heel boos. Dat zelfs zijn adviseur er zo over dacht, kon hij niet begrijpen. Hij maakte een opstelling per machine van wat hij vond dat deze nog waard was. Het totaal hiervan, de waarde van de voorraad en de door hemzelf bepaalde goodwill was volgens hem een eerlijke prijs. Deze lag rond het vijftienvoudige van de biedingen die hij had gehad. Een volgende poging om hem uit te leggen dat bij een aandelentransactie ook de schulden mee verkocht werden, begreep hij niet. Op mijn vraag wat de waarde van een machine is als er niets mee verdiend wordt, kwam geen antwoord. Hij zou de machines zelf verkopen en daarmee een goede prijs behalen. We gingen uit elkaar. Ongeveer een jaar later zag ik daadwerkelijk een veiling van zijn machinepark voorbijkomen bij een bekend veilinghuis. Helaas niet vanwege beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, maar vanwege een faillissement.
Han van Rijn
Specialist in overnames en financieringen
voor technische ondernemingen
han@kromhout.net