‘Zet de deuren open. Dan verkoopt ons verhaal zich vanzelf’
Vieze handen. Zwaar werk. Lawaai. Ploegendiensten. De hele dag hetzelfde kunstje. Wie aan de metaalsector denkt, krijgt nog altijd gemakkelijk dit beeld voor ogen. Het is een hardnekkig stereotype, dat de afgelopen 25 jaar regelmatig onderwerp van gesprek was in MetaalNieuws. Maar het beeld klopt echt niet meer. Koninklijke Metaalunie-voorzitter Mark Helder noemt het ‘achterhaald’. Van een imagoprobleem wil hij dan ook niet spreken. Het probleem is volgens hem vooral dat te weinig mensen weten wat er zich tegenwoordig achter de deuren van metaalbedrijven afspeelt. “Onbekend maakt onbemind.”
Metaalunie-voorzitter Mark Helder: “Het aantrekken van scholieren en zij-instromers, maar ook het verder ontwikkelen van medewerkers die al in dienst zijn, wordt een basistaak voor iedere ondernemer. Er is hulp genoeg om dat voor elkaar te krijgen. Maak daar gebruik van.”
Zijn boodschap aan de sector is daarom helder: laat zien wat je maakt, hoe je het maakt en welke technologie daarachter zit.
Want de metaaltechnologie van 2026 heeft nog maar weinig gemeen met het stoffige beeld dat soms nog in beeld komt wanneer de metaalsector het journaal haalt. Natuurlijk, een lasser met een laspistool in zijn hand hoort bij de sector. Maar achter die ene lasser kan een wereld schuilgaan van CNC-gestuurde productie, robotlassen, automatische lasstraten, cobots, 3D-meettechniek, CAD/CAM, ERP- en MES-systemen, vision-technologie en geautomatiseerde poedercoat- en laklijnen. Data-analyse, AI, engineering en productontwikkeling spelen een steeds grotere rol. Het werk is daardoor op veel plekken schoner, veiliger, meer technologisch en minder fysiek dan het stereotype doet vermoeden.
Een ander beeld
Als Helder mocht bepalen welk beeld van de sector op televisie wordt getoond, zou hij dan ook voor iets heel anders kiezen. “Een vrouw die onderdelen produceert voor de reparatie van een brug. Het liefst met een moderne productielijn, bijvoorbeeld een lasersnijmachine. Dat geeft een veel beter beeld van metaalbewerking anno 2026.”
Of liever gezegd: van de maakindustrie. Want juist die bredere rol van de sector verdient volgens de Metaalunie-voorzitter veel meer aandacht. Metaalbedrijven leveren een cruciale bijdrage aan de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd: van infrastructuur en energievoorziening tot defensie en de verdere ontwikkeling van de hightechindustrie. In politiek Den Haag is dat besef volgens hem inmiddels wel doorgedrongen. “Daar zijn we heel zichtbaar. Bij het grote publiek kan en moet dat beter.”
Metaaltechnologie heeft alles in huis om een hoofdrol te spelen bij de uitdagingen van de komende tijd
Daarbij ziet Helder een belangrijke rol voor de bedrijven zelf. “Zet de deuren open. Haal de mensen naar binnen, dan verkoopt het verhaal van onze sector zich vanzelf.” Dat gebeurt overigens al steeds vaker. De campagne ‘Metaaltechnologie maakt je wereld’, die Metaalunie enkele jaren geleden startte, laat zien wat de sector werkelijk inhoudt en hoe belangrijk die is. Onderzoek naar het effect van deze campagne laat volgens Helder positieve ontwikkelingen zien. Vooral onder jongeren is de belangstelling toegenomen. Sinds begin 2024 is de interesse om daadwerkelijk in de sector te werken met bijna 30 procent gestegen. Onder jongeren van 16 tot 25 jaar zou inmiddels meer dan de helft een baan in de sector overwegen. “Jongeren zijn enthousiast over al die technologie. Ze associëren de maakindustrie steeds minder met vies en vuil. Ze zien juist de techniek en de mogelijkheden.”
Van interesse naar keuze
De volgende stap is om die belangstelling daadwerkelijk te vertalen naar een keuze voor een opleiding of baan in de sector. Daar ligt volgens Helder een opgave voor de hele branche. Een volgende fase in de campagne is daarom het presenteren van ambassadeurs die het verhaal van de metaaltechnologie uitdragen. Goede verhalen zijn er volop. Over innovatie en duurzaamheid, maar ook over vakmanschap, technologie en de producten die uiteindelijk overal om ons heen worden gebruikt. Er zijn al ambassadeurs, maar dat mogen er van Helder veel meer worden. Een uitdaging daarbij is dat metaalondernemers niet vanzelfsprekend naar buiten treden. “We zijn makers. We zijn geen mensen die gemakkelijk op een podium gaan staan en met groot enthousiasme hun verhaal vertellen. De sector is bovendien van nature bescheiden. Daar moeten we echt overheen stappen.”
Want nieuwe mensen zijn hard nodig. Volgens Metaalunie stroomt er momenteel ongeveer één nieuwe medewerker de sector binnen tegenover twee vakmensen die uitstromen. Voor de bredere technieksector ligt de behoefte de komende vijf jaar naar schatting op 121.000 nieuwe mensen. Het aantrekken en ontwikkelen van mensen is daarom volgens Helder een kerntaak van iedere ondernemer. “Hoe krijg ik talenten aan boord die ervoor zorgen dat mijn productiviteit omhooggaat, zodat we de grote opgaven kunnen realiseren?”
Dit artikel komt uit ons JubileumMagazine – 25 jaar MetaalNieuws.
Benieuwd naar meer verhalen uit 25 jaar metaalindustrie?
Blader het magazine online door.
Laat zien wat je maakt
Daarom vindt Helder dat ieder bedrijf werk moet maken van zijn zichtbaarheid. Lokaal en regionaal. Nodig een school uit, geef een gastcollege, organiseer een open dag. Laat zien wat je maakt én hoe je het maakt. Dat dit werkt, ziet Helder tijdens open dagen en andere bijeenkomsten die bedrijven organiseren. Medewerkers vertellen met een grote glimlach over hun werk. Ze zijn trots als familieleden tijdens een open dag met verbazing rondkijken en ontdekken wat er allemaal in het bedrijf gebeurt. “Hoe mooi is het als een oma na zo’n bezoek haar kleinzoon attent maakt op een aantrekkelijke baan bij een metaalbedrijf?”

In politiek Den Haag zijn metaalbedrijven heel zichtbaar met de cruciale bijdrage die ze kunnen leveren aan de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Hier is Mark Helder (rechts) aanwezig bij een bezoek van minister Karremans (toen van Economische Zaken, inmiddels van Infrastructuur en Waterstaat) aan Metaalunielid Vernooy Vacuum Engineering.
Het hoeft volgens Helder bovendien niet ingewikkeld te zijn. “Ik vind dat elk bedrijf hier aandacht aan moet besteden. Ook als je druk bent met andere zaken en ook als je geen HR-afdeling hebt die het allemaal kan regelen. Zorg dat je zichtbaar bent. Het aantrekken van scholieren en zij-instromers, maar ook het verder ontwikkelen van medewerkers die al in dienst zijn, wordt een basistaak voor iedere ondernemer. Er is hulp genoeg om dat voor elkaar te krijgen. Maak daar gebruik van.”
Meer doen met technologie
De urgentie wordt alleen maar groter. De grote maatschappelijke opgaven moeten worden gerealiseerd en daarvoor moeten simpelweg veel producten en onderdelen worden gemaakt. Tegelijkertijd is de beroepsbevolking niet groot genoeg om dat alleen met meer mensen, meer handen en meer uren voor elkaar te krijgen. De productiviteit moet omhoog. “Dat gaan we niet redden door alleen maar meer mensen harder te laten werken. We moeten het slimmer doen.” Technologie en innovatie zijn daarin cruciaal, maar mensen zijn minstens zo belangrijk. Zij ontwikkelen de toepassingen, bedenken hoe processen slimmer kunnen en bepalen hoe bijvoorbeeld AI daadwerkelijk functioneel kan worden ingezet. “Het invullen van de productiviteitsopgave zit in technologie en innovatie, maar zeker ook in mensen. We moeten de toepasbaarheid van nieuwe technologie versnellen.”
Dat raakt direct aan de rol van Metaalunie. De organisatie telt zo’n 150 medewerkers en behartigt de belangen van metaalbedrijven richting politiek en overheid. Juist op dat terrein is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt, vindt Helder. Niet alleen door problemen aan te kaarten, maar vooral door met oplossingen te komen. “Het besef dat ze met ons om tafel moeten, is er. We brengen echt oplossingen.”
Dat is hard nodig, want de vraagstukken zijn groot. Hoe zorgen we voor voldoende productiecapaciteit voor defensie? Wie gaat de bruggen repareren? Hoe organiseren we de energievoorziening? En hoe kunnen we de groei van bijvoorbeeld ASML ondersteunen?
‘Ondernemen moet wel leuk blijven’
Tegelijkertijd ziet Helder een grote bedreiging voor het ondernemerschap: de regeldruk. Hij spreekt ondernemers die er moedeloos van worden. Soms zitten ze letterlijk huilend aan tafel omdat ze gek worden van alle regels en overwegen ze het bijltje erbij neer te gooien. “Dat kan natuurlijk niet. Nederland heeft deze ondernemers keihard nodig om al die uitdagingen aan te kunnen.” De afname van de regeldruk gaat volgens Helder simpelweg niet snel genoeg. Hij noemt het voorbeeld van de defensie-industrie. Metaalunie onderzocht welke bedrijven in de sector voor Defensie werken. Dat zijn er ongeveer 300, terwijl naar schatting 3.000 bedrijven de potentie hebben om iets voor Defensie te betekenen. Waarom doen zij dat niet?
Volgens Helder zit een deel van het antwoord in de manier waarop de overheid opdrachten aanbesteedt en regelgeving vormgeeft. Het mkb moet eerder bij regelgeving worden betrokken, aanbestedingen moeten eenvoudiger en soms moeten regels simpelweg worden geschrapt. Dat vraagt volgens hem om een cultuuromslag. “We zijn echt ziek als we denken dat we met regelgeving een risicoloze samenleving kunnen creëren. Je kunt niet alles dichtregelen.” Meer vertrouwen is nodig. Niet ieder risico vooraf uitsluiten met een nieuwe regel, maar ruimte bieden aan ondernemers om te ondernemen. Want als regelgeving zo ingewikkeld wordt dat ondernemers zeggen ‘ik begin er niet aan’, gaat uiteindelijk ook innovatie verloren. “Regelgeving is op dit moment een van de grootste struikelblokken. Ondernemen moet wel leuk blijven.”
‘Onze sector is van nature bescheiden. Daar moeten we echt overheen stappen’
Nu leveren
De noodzaak om daar verandering in te brengen, wordt alleen maar groter. De wereld is veranderd. De ontwikkelingen in Amerika, de situatie in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor toeleveringsketens maken duidelijk hoe kwetsbaar afhankelijkheden kunnen zijn. En de concurrentie vanuit China is al veel langer een realiteit. Dat maakt de toekomst uitdagend, maar Helder ziet tegelijkertijd volop ondernemers die kansen pakken, nieuwe markten aanboren en investeren in bijvoorbeeld circulariteit.
Juist daar moeten Nederland en Europa volgens hem sterker op inzetten. Niet alleen losse bedrijven, maar complete ketens en ecosystemen moeten worden behouden en opgebouwd. En daarbij moeten we niet alleen vanuit Nederland denken, maar steeds meer vanuit een Europees perspectief. Europese ketens, Europese ecosystemen en strategische autonomie worden steeds belangrijker. Helder blijft daarbij positief over de uitgangspositie. “Ons uitgangspunt is echt heel goed. We hebben een goede, sterke maakindustrie, met bedrijven die internationaal kunnen concurreren en technologie ontwikkelen die wereldwijd wordt toegepast. Die positie moeten we uitbouwen. Je wilt naar een klimaat waarin bedrijven zich kunnen ontplooien en waarin ze samen durven investeren.”
Dat vraagt om minder terughoudendheid, meer zichtbaarheid en vooral meer vertrouwen in de kracht van de sector zelf. De metaaltechnologie heeft volgens Helder alles in huis om een hoofdrol te spelen bij de uitdagingen van de komende decennia. Wat nog moet gebeuren, is dat veel meer mensen dat ook gaan zien.