Nevi PMI: Grootste stijging industriële productie sinds januari 2022
De Nevi PMI voor de Nederlandse productiesector steeg van 53.8 in augustus naar 55.6 in september. Hiermee bereikte de index niet alleen het hoogste niveau in vier maanden, maar ook één van de hoogste in meer dan vier jaar. De index wees op een duidelijke maandelijkse verbetering van de stand van zaken in de sector.
De groei van het aantal nieuwe orders was dusdanig sterk, dat de bedrijven opnieuw hun voorraad eindproducten moesten aanspreken om tijdig aan de vraag te kunnen voldoen.
Aanleg buffervoorraden
De productieomvang en het aantal nieuwe orders namen fors toe en dit leidde tot een hernieuwde stijging van de werkgelegenheid en een uitbreiding van de inkoopactiviteiten. Er waren bovendien aanwijzingen dat de bedrijven buffervoorraden aanlegden, waardoor de inkoop van materialen verder toenam. Dit gebeurde echter tegen een achtergrond van zorgen over prijzen en de beschikbaarheid van materialen de komende maanden. De inkoopkosten stegen dan ook aanzienlijk en meer dan in augustus.
Forse stijging nieuwe orders
De belangrijkste reden voor de algemene verbetering van de bedrijfsomstandigheden was de forse stijging van het aantal nieuwe orders in september – de grootste sinds mei. De panelleden maakten melding van een verbetering van de marktvraag, terwijl ook het aantal nieuwe exportorders aan het eind van het derde kwartaal weer toenam.
Verhoging productie
De bedrijven reageerden op dit grotere aantal nieuwe orders met een forse verhoging van de productie. Hiermee werd de tendens van de grotere productieomvang voortgezet die al vanaf het begin van dit jaar zichtbaar was. De productiestijging was bovendien de grootste sinds januari 2022.
Banengroei
De hogere productievereisten als gevolg van het grotere aantal nieuwe orders leidden in september tot een hernieuwde stijging van de werkgelegenheid, nadat er in augustus sprake was geweest van een lichte daling. Deze banengroei was het grootst in twaalf maanden. Met de grotere personeelsbestanden slaagden de fabrikanten erin om de toename van achterstanden te beperken; deze namen slechts licht toe. Toch was dit al de vijfde maand op rij waarin de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk toenam.
Voorraad gereed product
De groei van het aantal nieuwe orders was dusdanig sterk, dat de bedrijven opnieuw hun voorraad eindproducten moesten aanspreken om tijdig aan de vraag te kunnen voldoen. Hierdoor nam de voorraad gereed product opnieuw af. De grotere productie zorgde ervoor dat de daling beperkt bleef en het kleinst was tot nu toe dit jaar. De inkoopactiviteiten werden ondertussen uitgebreid, in het een na hoogste tempo sinds medio 2022. De grotere inkoop van materialen was vaak het gevolg van de hogere productievereisten, maar ook meldden sommige bedrijven dat zij buffervoorraden hadden aangelegd vanwege bezorgdheid over de prijzen en de beschikbaarheid van materialen. Deze zorgen droegen bij aan de grootste opbouw van de materiaalvoorraden in vier jaar.
Er was aan het eind van het derde kwartaal duidelijk sprake van druk op de prijzen en de aanvoer van materialen in de sector. De levertijden liepen aanzienlijk op en panelleden gaven vaak aan dat zij problemen hadden met de beschikbaarheid van elektronische componenten als gevolg van het tekort aan computerchips. Andere respondenten brachten de vertraagde leveringen in verband met de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten.
Inflatiedruk
Dit conflict zorgde nog steeds voor inflatiedruk in de sector. Er werd op grote schaal melding gemaakt van hogere kosten voor energie, brandstof, olie en transport, evenals van hogere prijzen voor metalen. De inkoopprijsinflatie was hoger dan in augustus en bleef naar historische maatstaven hoog. De fabrikanten verhoogden op hun beurt opnieuw hun verkoopprijzen aanzienlijk. Ook hier lag het inflatietempo hoger dan vorige maand.
Optimisme over vooruitzichten
De producenten waren uitermate optimistisch over de vooruitzichten voor de productieomvang in de komende twaalf maanden. Dit optimisme werd door de panelleden toegeschreven aan het opstarten van nieuwe projecten en aan verwachte orders die verband houden met halfgeleiders.
Meer vraag naar machines
Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO, zegt dat de industrie waarschijnlijk vooral profiteert van de groeiende vraag naar chipmachines en elektrotechnische onderdelen daarvoor. “Toch lijkt het erop dat ook de vraag naar andere typen machines herstelt, na de zwakke vraag van de afgelopen jaren, bijvoorbeeld de vraag naar machines voor de voedingsmiddelenindustrie en de landbouw. Van de sterk groeiende vraag naar defensiematerieel weet Nederland slechts in beperkte mate direct te profiteren, maar ook Nederlandse toeleveranciers van Duitse wapenfabrikanten pikken een graantje mee. Verder profiteert de Nederlandse industrie vermoedelijk nog altijd van hamstergedrag als gevolg van de oorlog met Iran.”